Op de drempel van de toekomst

De introductieweken beginnen weer. Duizenden studenten die zich gereed maken voor een nieuw leven. Ook de studies rechtsgeleerdheid/rechtswetenschappen lopen weer vol. Ze zullen in ieder geval beter les krijgen dan in 1980 (zie: Begin), wellicht ervan langs krijgen (zie: Ontgroenen) of wat terugkrijgen. Wat er van ze gaat worden weten we niet (zie: Jurist van de toekomst ). Maar laat ze daar vooral, de op de drempel van de toekomst, nu nog niet over tobben. Daar is nog een heel leven de tijd voor.

Afbeeldingsresultaat voor introductieweken leiden

Posted in Algemeen, Persoonlijk | Tagged , , , | Leave a comment

Een vervelend kerstcadeau voor Pechtold: politici en het Geschenkenregister Tweede Kamer

‘Timeo Danaos [1]Beware of Greeks bearing gifts…[2]

Alexander Pechtold is in het nieuws op een manier die die niet leuk vindt. Gedoe. Website GeenStijl berichtte over een schenking ter waarde van ongeveer € 135.000  van een Schevenings appartement door oud-diplomaat Serge Marcoux. Had Pechtold dat nu wel of niet moeten melden in het Geschenkenregister van de Tweede Kamer?

De regels

Er zijn geen wettelijke regels over het aannemen van en registratie van geschenken door parlementariërs, eigenlijk alleen maar huisregels. Artikel 150a, derde lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer regelt in dit verband:

‘3. Ter griffie wordt een register bijgehouden waarin de leden de door hen ontvangen geschenken en voordelen met een hogere waarde dan 50 euro vermelden, uiterlijk één week na ontvangst van het geschenk of het voordeel.’

Het woordje voordelen is er pas onlangs aan toegevoegd naar aanleiding van een evaluatierapport van de GRECO-groep van de Raad van Europa[3] – een groep van Europese Staten die zich sterk maakt voor politieke integriteit en corruptiebestrijding. Al stelde die werkgroep in 2013 vast dat Nederland een net land is met integere politici, wel legde het de vinger op de kwetsbaarheid van ons systeem van registratie en transparantie van geschenken aan en voordelen voor parlementariërs. Zo valt het die GRECO-groep op dat er eigenlijk geen wettelijke regels zijn voor het aannemen van giften en voordelen, buiten dan de geschenkenregisters die de Kamers zelf hebben aangelegd. Óf Kamerleden wel alles netjes daarin opnemen, is hun eigen verantwoordelijkheid. Een handhavende instantie is er niet – je kunt er niet mee naar het Openbaar Ministerie of de rechter. Een Kamerlid dat giften of voordelen aanneemt en niet registreert, kun je weinig maken. De waakhond is de Kamer zelf, de Kamervoorzitter kan al helemaal niet politievrouw spelen. Een kwetsbare situatie volgens die GRECO-groep, zeker ook tegen de achtergrond van de registratiepraktijk die nogal te wensen overlaat.[4] De werkgroep van de Tweede Kamer die in 2014 met het GRECO-rapport aan de slag ging, deed niet al te veel met de Europese analyses en aanbevelingen. Een beetje zelfgenoegzaam werden toch vooral de complimenten van de GRECO-groep uitvergroot en werd een beetje sussend gedaan over de aanbevelingen. Ook ‘voordelen’ zouden voortaan in het geschenkenregister opgenomen moeten worden (en in het Kamerreglement opgenomen), bij omissies op het terrein van nevenactiviteiten zou de griffie mogen kattenbellen en er zouden praatgroepjes moeten komen om eens over de ervaringen door te praten. Een beetje het verhaal van de plas en alles laten zoals het was. En dat terwijl de praktijk van het geschenkenregister toch wel heel wat vragen oproept.

Privé of niet privé?

Ten eerste de vraag waarmee Pechtold op het ogenblik aan het hannesen is. Moeten privé geschenken nu wel of niet worden geregistreerd? De D66 fractieleider is heel stellig in zijn verweer: ‘dat hoeft niet.’ Tja dat zal dan wel, als Pechtold dat zegt, maar het Kamerreglement maakt helemaal geen onderscheid tussen giften en voordelen die je hebt gekregen als privépersoon of als functionaris. Eigenlijk maar goed ook, want waar houdt de privépersoon op en waar begint de politicus? Wereldwijd proberen politici of topbestuurders, van, toegegeven, een heel wat bedenkelijker kaliber dan Pechtold in vermeende fraude of corruptiezaken zich te verstoppen achter hun eigen privépersoon, hun privéleven. Ze hebben nu eenmaal veel goede vrienden. Hoe groezelig en verwarrend privé en publiek door elkaar kunnen lopen bewijzen de laatste presidentsverkiezingen in de VS wel. Dat zijn geen klare lijnen.

Met privé of niet privé zijn we er niet. Het gaat om het doel van dat register. Om te kunnen vertrouwen op politici, maar belangrijker nog op ons democratisch politieke systeem, willen burgers tegenwoordig weten wat er speelt, wat er om gaat. Een werkelijk informatief Geschenken- en voordelenregisters stelt burgers in staat om bij de overheid binnen te kijken, te weten wat er gebeurt. We willen weten met wie de onderhandelaars tijdens de kabinetsformatie praten, we willen weten welke belangenorganisaties belet krijgen bij ministers en ambtenaren. De positie van een Kamerlid of Minister die zegt: ‘Ik maak zelf wel uit met wie ik praat,’ is in 2017 zelfs in polderland Nederland niet houdbaar. Om vertrouwen te kunnen hebben en houden in ons politieke systeem, om dat systeem legitiem te laten functioneren, moeten we mee kunnen kijken, moet dat systeem transparant zijn. Als Pechtold terechte vragen stelt over kostenposten van het Koningshuis, waarvan je in de wandeling zou kunnen zeggen dat ze privékwesties betreffen, dan heeft hij daarin gelijk. En als is hij, Pechtold, natuurlijk niet op dezelfde voet publiek persoon als de Koning, zijn goed ontwikkelde politieke antenne zou hem hebben moeten vertellen dat zo’n grote gift van een oud-diplomaat toch wel veel vragen op zou kunnen roepen, zelfs al was het dan een geschenk van een oude vriend. Onhandig op zijn minst, ook in een situatie waarin er geen scheidsrechter is.

De vreemde praktijk van het Geschenkenregister

Wat Pechtold zeker niet heeft geholpen bij zijn afweging om wel of niet de gift te registreren, is de praktijk van de registratie zelf. Het Geschenkenregister van de Tweede Kamer wordt (ongeveer) sinds 2006 bijgehouden. Het was al weer even geleden dat ik ernaar keek, maar er is niet veel veranderd. Weliswaar zijn er veel meer meldingen (om en nabij de 1350), maar die meldingen zijn nauwelijks informatief. Het register en de registraties geven eerder aanleiding tot lacherigheid dan dat ze een serieuze informatiebron voor kritische burgers zijn.

Een paar waarnemingen per december 2017 dan maar: mijn kerstcadeau voor de Kamer.

  • Veel flauwekulregistraties  Het register staat vol met flauwekulmeldingen over giften (wijnflessen, boeken en boekjes, en andere prullaria) met een geregistreerde waarde van (meestal ver) onder de  € 50,- : de registratiedrempel. Onder dat bedrag hoef je niet te registreren. En ze doen het toch. Waarom doen Kamerleden dat? Hardlopend Kamerlid Remco Dijkstra van de VVD maakt het het bontst. Hij laat registreren dat hij op 5 oktober 2013 een geschenkabonnement voor de slijter ter waarde van  € 5,-  heeft ontvangen bij de sponsorloop Kika in Zoelmond en….die bon heeft weggegeven. Dijkstra is sowieso nationaal geschenkenregistratiekampioen: in zijn eentje is hij goed voor 148 registraties. Zo’n kleine 12% van het totaal. En bijna al zijn registraties vallen ruim onder de drempelwaarde. Dat dient natuurlijk geen enkel doel. Het vervuilt alleen de registratie maar (sowieso moeilijk te doorzoeken omdat die in plat Pdf-formaat wordt geleverd). Of is het een stil protest tegen het registratiesysteem – obstructie – telkens weer als hij zijn jas- en broekzakken vol met houtjes en touwtjes omkeert aan het bureau van de griffie?
  • Kleine waarde Van de meeste van de giften en voordelen is de waarde onbekend, heel veel wordt ook weer weggeschonken. Er komt echter weinig met aanzienlijke waarde voorbij. In de gauwigheid telde ik 52 giften met een geldwaarde hoger dan € 100,-. Ca. 4 % van het totaal van de giften. Het boekenpakket dat een aantal Kamerleden (9 stuks) heeft gekregen van uitgeverij Boom in Amsterdam op 30 september 2008 (waaronder de stichtende vertaling van Montesquieu’s Geest der wetten) met een totaalwaarde van € 106,90 tikt daartussen flink door. Ook zijn een flink aantal van de giften met een waarde van meer dan € 100,- vergoedingen voor gehouden lezingen. Vooral in Christelijke SGP/CU-kringen is het kennelijk de gewoonte dat daar contant voor wordt betaald – meestal zo rond of boven de € 100,- (10x). Giften van meer dan 200 euro zijn uiterst zeldzaam: ik vond er maar 7. Drie daarvan zijn weer (Christelijke) lezingen, eigenlijk springen maar 3 wat grotere giften er echt uit. Op 10 oktober 2016 won Gert-Jan Segers (CU) de Grote Bijbelquiz en ontving daarvoor een weekendje weg-bon van € 500,-. Klaas Dijkhoff (VVD) werd op 16 november 2017 gekozen tot Best Geklede Man van het jaar 2017 en won een shoptegoed bij de Bijenkorf t.w.v. € 1.000,- (een serieus bedrag, maar voor een sharp-dresser natuurlijk ook weer niet zoveel). De grootste gift – € 2.011,11 – kreeg Albert van den Bosch (ook VVD)  bij zijn afscheid als burgemeester van Zaltbommel. Eigenlijk geen gift maar een donatie. Zo’n bedrag aan opgehaald geld, gedrukt op een grote kartonnen cheque, die Van den Bosch onmiddellijk doorgaf aan het Dierenasiel Bommelerwaard in Bruchem – waar dat bedrag de hele tijd al voor bedoeld was. Niet om het een of ander, maar de hoogte van de bedragen gemoeid met de giften laat ook zien dat de geregistreerde meldingen over weinig substantiële zaken gaan. Met een schenking van € 135.000,- zou Pechtold er wel enorm zijn uitgesprongen.
  • Gefuifd of mee op pad genomen?  Naast een eindeloze reeks van (niet registratieplichtige) boekjes (eentje ter waarde van € 4,75 ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’), wijnflessen, pennen, bekers en goedkope cognac, komen er ook relatief veel geschonken toegangskaartjes voor sportwedstrijden, concerten en theatervoorstellingen voor. Wel goed dat die geregistreerd worden want met de organisaties die die evenementen organiseren kan je als politicus natuurlijk wel te maken krijgen. Anne Mulder’s (VVD) liefde voor sport, met name voetbal en dan weer met name voor voetbalclub ADO is op het aandoenlijke af. Een keer of 7 werd hij er voor een thuiswedstrijd uitgenodigd. Vooral voor Nederlandse en Europese kampioenschappen, voor voetbal en hockey, maar ook voor de Tefaf krijgen Kamerleden uitnodigingen. Maar kennelijk niet iedereen registreert die op dezelfde manier.
  • Gatenkaas en verouderd  52 Kamerleden krijgen nooit iets, kennelijk. Bij hen is het vakje giften en voordelen leeg. Die lege-handen-Kamerleden tref je aan verdeeld over alle fracties en partijen. Dat een derde van de Kamerleden niks te melden heeft, is wel een beetje vreemd omdat er soms cadeaupakketten bij de hele Kamer worden afgeleverd (zoals dat eerdergenoemde boekenpakket van uitgeverij Boom, alweer uit 2008) die door het ene Kamerlid wel en door het andere Kamerlid weer niet worden geregistreerd. Nu moeten we geen spijkers op laag water willen zoeken, maar aan een onvolledig en grotendeels verouderd register heeft niemand iets. Want het mag zo zijn dat Alexander Pechtold keurig 52 keer melding heeft gemaakt van geschenken – het telt voor niks als nu juist die ene grote, waarover je ook nog wel wat vragen zou kunnen hebben (vragen die de D66 fractieleider ongetwijfeld zal kunnen beantwoorden), er niet tussen staat.

Transparantie

De praktijk van de registratie is dus nog lang niet op orde en een incident als die gift aan Pechtold werpt onmiddellijk een smet op die hele registratie. Het krijgt de bijsmaak van een institutioneel rookgordijn. En wat al zeker niet helpt, is als bij dit soort incidenten de psychologische kaart wordt getrokken (Pechtold is toch een betrouwbaar mens), dat het als kleinigheid van de prioriteitenladder wordt geschopt (‘zijn er nou echt geen belangrijker zaken?’) of dat er bewust wordt verhaspeld. Kamerleden hebben toch een zuiveringseed gezworen waarin ze beloven dat ze geen giften hebben aangenomen om iets wel of niet te doen in het ambt?[5] Dat gaat over iets anders, en dat heeft slechts een indirecte relatie tot het Geschenkenregister.

Het incident Pechtold laat zien dat er op het terrein van transparantie nog een wereld te winnen valt in Nederland. Dat is altijd taaie materie want overleggen in ons polderland vergt nu eenmaal altijd een beetje geborgenheid en vertrouwelijkheid. Af en toe moeten bij ons wel eens katjes in het donker van de achterkamertjes worden geknepen. Dat begrijpt iedereen. Maar daarom dringt het in Nederland juist zo, dat wat we wel echt moeten weten wie onze onderhandelaars zijn. Onze vertrouwelingen die we met ons mandaat achter gesloten deuren laten onderhandelen. Misschien willen of moeten we daarom zelfs ook  dingen weten die gedeeltelijk privé zijn. Als we al zouden weten waar die privésfeer begint. Want het mag nooit zo worden dat die overheid en politici wel bijna alles van ons weten, maar wij nog nauwelijks over hen.

NOTEN

[1] Deel van het citaat ‘Timeo Danaos et dona ferentes’ uit Vergilius’ Aeneis (zang II, vers 49). Het betekent “Ik ben bang voor Danaërs (= ‘Grieken’), ook als zij geschenken aanbieden”. Vergilius legt deze woorden in de mond van de Trojaanse hogepriester Laocoön die een angstig voorgevoel krijgt bij het zien van het houten gevaarte dat de Grieken bij hun vertrek achterlaten op het strand (Het paard van Troje).

[2] Het gevleugelde Engelse gezegde is een niet helemaal correcte vertaling van Vergilius’ vers (kent wel dezelfde stam), maar drukt misschien juist daardoor nog wel een krachtiger boodschap uit.

[3] Group of States Against Corruption (GRECO), Fourth Evaluation Round, Corruption prevention in respect of members of parliament, judges and prosecutors. Evaluation Report Netherlands adopted by GRECO at its 60th Plenary Meeting, Strasbourg, 17-21 June 2013. Council of Europe, Strasbourg 2013.

[4] In de bewoordingen van de GRECO-groep: ‘given the imperfect compliance with the declaration requirements’.

[5] De eed op basis van artikel 60 Grondwet: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot minister/staatssecretaris/lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.”

Posted in Algemeen, Politiek | Tagged , , , , , , , , , , | 8 Comments

Proust lezen (A La Recherche du Temps Perdu)

Op 9 maart 2016 overleed Thérèse Cornips overleden. Goed vertalen is, volgens haar, eerst en vooral goed begrijpen, proeven en dan in de eigen taalcultuur omzetten. Helemaal aan het einde van dat proces komen eerst de zinnen en letters.

Goh wat was ze goed. Hertalen om te doen snappen.

PROUST LEZEN

Ik weet niet meer helemaal zeker hoe het kwam. Waarschijnlijk omdat op de middelbare school die ene Franse leraar (Malherbe) had gezegd dat dat boek te moeilijk was voor gewone luitjes. Waarmee het…

Bron: Proust lezen (A La Recherche du Temps Perdu)

Posted in Boeken, Persoonlijk, Uncategorized | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Wat als…?

Bron: Wat als…?

Posted in Uncategorized | Leave a comment

PAK(44)

Bron: PAK(44)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Op TV

Waar haalde ik in het najaar van 1992 in ‘s hemelsnaam de tijd vandaan? Voltijdbaan, vijf werkcolleges per week (een in de avond), proefschrift schrijven, vakgroepsecretaris, twee grote contractonderzoeken (omzetten richtlijnen/computers en wetgeving), annotaties, imagesGFLW8RGEartikelen, papers, commentaren, en dan ook nog een dag of twee of zo per week met die Nacht van de columnist bezig….Tussendoor nog getrouwd. En dan schreef ik ook nog voor het glossy magazine Kubus en om de andere week een halve pagina over de voorbereidingen van die Nacht van de Columnist in Univers (het universiteitskrantje). Hoe lukte dat toch allemaal? Zou roken dan toch helpen (ik rookte indertijd als een schoorsteen)? Of was het gewoon de kracht van onnadenkendheid? Ik houd het op dat laatste want de verwikkelingen en complicaties van de organisatie van de Nacht van de Columnist lieten zich niet uitroken.

We hadden dat drieste plan opgepakt de allereerste columnistenprijs van Nederland – de Audax columnistenprijs uit te reiken (zie columnflatie). Dat moest met een grote klapper gepaard gaan om er voor te zorgen dat we vanuit ‘nowhere’ Tilburg ook in de rest van Nederland (lees: Amsterdam) gehoord zouden worden. Ook de hoofdsponsor Audax stond daarop: het moest in Tilburg en het zou ook groot. Vandaar die ‘Nacht van de columnist’ (3000-4000 bezoekers, tientallen columnisten, bekendheden, bands, acts) te houden op 20 november in de Katholieke Universiteit Brabant. Al was het eigenlijk alleen untitlkryujmrhmejhmethedmaar bedoeld als reclamewikkel voor die prijs, die Nacht werd het onstilbaar hongerige zwarte gat van de hele organisatie. Hoe dichter die bij kwam hoe meer toestanden, hoe meer hoofdpijn. Jongens wat gaf dat een gedoe. Patricia, Clemens, Marinus en ik van de Stichting Fenomeen deden alles zelf, tot aan de keuze van de wijn voor de catering toe. Het liep ons totaal over de schoenen.

Maar op de een of andere manier lukte het steeds toch, uit het niets, minuten en uren te sprokkelen; tijd te toveren uit een niet bestaande ruimte. Waar ik in de week van 25 oktober (tentamenweek Inleiding staatsrecht) de tijd voor vond om het onderstaande stukje voor Univers te schrijven kan ik niet meer reconstrueren. Gemaakt in niet bestaande tussentijd. Wel kun je er gejaagdheid in proeven; van kritisch nalezen kwam het meestal niet.

‘De teller staat op 21 oktober. En dan ineens is er telefoon, die woensdag. Ene Hellen, van de bureauredactie van het programma Sonja op zaterdag. Ze willen zaterdag een item-pje doen over het gekrakeel rond de Audax-columnistenprijs. De zaak is namelijk de volgende: in de afgelopen twee weken hebben een aantal columnisten – na een aanvankelijke toezegging- bedankt voor een optreden op de Nacht van de Columnist 20 november a.s. De prijs, de sponsor ervan en/of de manier waarop de prijs zou worden uitgereikt zinde ze niet. Zowel Henk Hofland (niet eens met de jurysamenstelling en prijsuitreiking), als Theodor Holman (oneens met het feit dat hij niet was genomineerd) , untitleyjkdtyyjsrhgjsrdRik Zaal (niet akkoord met geld in zijn algemeenheid) en Ed Schilders (onduidelijk waarom) deserteerden. Ze deden dit gelukkig in de vorm van krantencolumns, die ons veel gratis publiciteit opleverden. En weer anderen (columnisten schrijven het liefst over elkaar) vonden de gewetensbezwaren van Zaal en Holman klinkklare bullshit (o.a. Sanders en Jaeggi) en deelden dat ook mee in de Volkskrant en Propria Cures.

Vanuit organisatieperspectief vormden de spijtoptanten alleen maar een luxeprobleem: we hadden nu nog maar 37 geboekte columnisten over, net genoeg om twee Nachten van de Columnist mee te vullen. En dat luxeprobleem werd dan weer groter. Omdat de weglopers niet kwamen, wilden juist anderen weer wel (o.a. Max Pam en Derk Sauer). Enfin, het gekakel was doorgedrongen tot de bureauredactie van Sonja (Barend) op zaterdag (dé talkshow van 1992). In de uitzending van zaterdag wilden ze graag een gesprek met de aanstichters van het keukenrelletje (wij dus) en een paar anderen. Een felle polemiek moest het gaan worden waar de vonken van af zouden springen. En wellicht zou onze voorzitter, Clemens van Diek, een toelichtend woordje kunnen spreken. Spannend![1] En goed voor de publiciteit, want al hadden we een fraaie subsidie, we moesten de Nacht nog wel uitverkopen wilden we in de buurt van quitte draaien.

Om er zeker van te zijn dat onze kant van het verhaal goed zou worden gehoord, faxten we ongeveer het hele archief van de organisatie naar de VARA en alles wat er te weten was over Clemens (levensloop, bevallige foto’s – voor zover mogelijk, bloedgroep, dat soort dingen). En we probeerden vooral te doen alsof we kalm bleven. De informatielawine werkte want die vrijdag kregen we het bericht dat we voor de uitzending van zaterdag 24 oktober in Amsterdam werden verwacht.imagesH0ZOVHU5

Voor ons doen waren wij , Patricia, Marinus, Clemens en ik (en de twee dozen van het archief, je weet maar nooit), heel stil in de auto naar Amsterdam die zaterdag. Af en toe werd de stilte doorbroken door de een of andere wilde ingeving: ‘Clemens! Je moet dat en dat zeggen!’ Dat werd dan kort geëvalueerd en dan was het weer stil een kilometer of 20. Na een zenuwslopend parkeeravontuur stonden we dan eindelijk om 18.30 precies (het afgesproken tijdstip) in de Rode Hoed (tevens t.v.-studio) . Kort spraken we nog met de bureauredactrice, die ons ‘bij-de-weg’ meedeelde dat onze voorzitter Clemens he-le-maal niks hoefde te zeggen en ook niet aan tafel zou zitten. Jammer (ook voor het archief), maar alla, het zou wel spannend gaan worden, er hingen ruzie en rellen in de lucht. Stront op tv, dat zie je niet alledag. Toch nog onrustig schoven we aan in de voor ons gereserveerde plekken op de eerste rij in de studiozaal. We grapten met elkaar – alsof ontspannen -. En Van Diek, zo zag ik, begon voor het eerst sinds een paar dagen weer een beetje kleur in zijn lijkbleke gezicht te krijgen. Het duurde en het duurde, maar om zes minuten over negen barstte dan het spektakel los. We zaten op rij één en waren goed in beeld (ja, we waren toch nog op TV!).

Het kleine televisiemoedertje Barend hupte vrolijk heen en weer voor de camera en gaf hem o zo geroutineerd van jetje. Het eerste item behelsde het non-probleem van ouders die op latere leeftijd kinderen krijgen. Een paar lolita’s die kibbelden, met twee Abrahammen en Sara’s. Het ging weer eens lekker nergens over.

Ondanks alle opwinding merkte ik dat het een beetje stonk daar in die studio. Een weëe zoete geur die ik niet thuis kon brengen. Ik keek beschuldigend om me heen. Eindelijk dan de columnisten…Al direct gingen ze in de clinch over die prijs. Holman kreeg zijn trekken thuis. Bernadette de Wit hakte venijnig op hem in. Echt heibel, stront. Na drie minuten zakte de cake echter terug in de bakvorm. Kopschuw geworden door de snelle start imagesOK7B6YNKbegonnen de columnisten aan tafel elkaar ineens minzaam de bal toe te schuiven. Ze werden nog net niet complimenteus, maar het scheelde niks. Wat moedertje Barend ook probeerde (‘vinden jullie jezelf niet laf?’), niks lukte meer. Het grote debat, de vlammende babbelpolemiek, ontaardde in goedaardig gekeutel dat via de coulissen wegpruttelde. Te schijterig dat ze op TV durven te zeggen waar het op staat en straks in de krant sluipmoord plegen op de gesprekspartners van die avond. Shit, wat een domper! Vreselijk. Het stonk een uur tegen de wind in. Letterlijk: toen ik aan het einde van de uitzending  naar mijn voet en daarna onder mijn schoen keek die ik de hele tijd zo übercoool op het podium had gelegd, zag ik dat ik dat er forse hondendrol onder zat, die ook nog eens half aan het podium voor me zat gekleefd. Jak!! Kom ik een keer op mijn TV…..zal je altijd zien. Nou ja, beeld is geurloos. Nu begreep ik ineens ook waarom de mensen naast me zaten, me de hele tijd al met enig afgrijzen hadden zitten bekijken (ik zag het later nog terug op de videoband van de uitzending). Dat was dus niet vanwege mijn vlammend scharlaken rode colbert dus. Enfin, toch nog een beetje stront dan….’

(gepubliceerd op 29 oktober 1992, Univers)

Naschrift. Het ging door op 20 november en het was weergaloos druk. Presentator Kees Driehuis was groots, de bands waren leuk en veel jonge talenten amusant en naar behoren beschonken (Ronald Giphart, Jack Nouws e.a.) We hadden pesterig de zalen vernoemd naar de columnisten die niet waren komen opdagen. Maar we hadden namen  tekort: de meeste columnisten (althans de meest relevante) waren er. De prijs werd gewonnen door Henk Hofland…maar die was nou juist weer niet komen opdagen. In zijn zaal hebben we op de goede afloop getoast, voordat we het allemaal (ook weer zelf) op mochten ruimen.imagesMRKB1COB

Literaire prijzen (uit het Archief van het Letterkundig museum)

Audax-Columnistenprijs 1992

Prijswinnaar : H.J.A. Hofland

Bekroond werk : zijn columns in NRC Handelsblad onder eigen naam en onder het pseudoniem S. Montag

Geldbedrag : 15000 gulden

Details : de overige genomineerden waren: Hugo Brandt Corstius (1935), Emma Brunt (1943), Remco Campert (1929), Stephan Sanders (1961), Jan Vrijman (1925-1997)

Jury

John Jansen van Galen

Merel Laseur

Nelleke Noordervliet

Hugo Verdaasdonk

Gerrit-Jan Wolffensperger  (voorzitter)

[1] Al was het voor Clemens de tweede keer dat hij live op televisie zou zijn. Hij was er al een keer eerder om over zijn ‘Baanbrekende brieven’ uit 1989 te spreken.

Posted in Algemeen, Persoonlijk, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , , | 1 Comment

Hans

Komt een man binnengelopen. Er is iets met zijn voet. Hij glimlacht vriendelijk en kuiert met een mal, blauwkartonnen KLM-koffertje naar de vijfnaamlht2q5hqrgh1oosmeter brede lessenaar. Het was al eerder  september 1980 en nu is het dat weer. We zitten met ongelooflijk veel eerstejaarsstudenten rechten te wachten op wat er gaat gebeuren. De pot schaft ‘Burgerlijk recht’. Geen goed woord in 1980. Want wie wil er nou burgerlijk zijn? Niemand toch? Zeker niet op je 18de, zeker niet in 1980. Maar enfin. We waren er nou toch eenmaal en hadden die hele zooi boeken en wettenbundels en syllabi en wat er nog meer in die zowat zicht-versperrende papiervracht op onze klaptafels lag, mee naar hier gesleept, dus voor de draad er mee met dat verhaal.

‘Claudius’ werd er gefluisterd. ‘Het is net Claudius.’ (De Britse televisieserie I Claudius naar het boek van Graves was enorm populair op dat moment).

De blonde jongeman met de moeilijke voet daar beneden in de arena van de grote collegezaal lachte vriendelijk en zette bijna peinzend zijn duim onder zijn neus. Zijn twinkelogen spraken van een momentje binnenpret. Daar was geen aanleiding voor, want het was een ordeloze bende in de grote kille collegezaal en het gehoor maakte een kabaal van jewelste. Het wilde maar niet rustig worden – we gingen net het tweede academische kwartiertje in. Het scheen de  docent met zijn volle lippen en bolle wangen niet in het minst te deren. Waar zijn collega’s zure gezichten trokken, hees schreeuwend, vergeefse bevelen tot stilte en aandacht naar ons slingerden, klopten op de microfoon, sloegen op de lessenaar, of (dat was eigenlijk het leukst) hoofdschuddend rechtsomkeer maakten, leek deze man alleen maar plezier in de chaos van deze postpubersoep te scheppen. Zelfs de blaffende hond (zie Begin) deerde hem kennelijk niet. Met de rug naar de zaal klapte hij het blauwe koffertje open.images7IS66046

Ineens vulde een sonore stem, die verrassend ver droeg,  de zaal:

‘Het burgerlijk recht vergt uw aandacht!’

Zijn pretogen twinkelden weer en het werd een beetje stiller, vooral toen hij een enorme schaar uit het koffertje haalde. Niet zo’n gewoon papierschaartje maar een exemplaar van zeker veertig centimeter lang. ‘Aanschouwelijk onderwijs,’ bromde hij, ‘dat werkt al sinds de dagen dat Socrates over de Agora zwierf het best…’

Wat? Wat zegt ie?

Het werd al weer rumoeriger.

‘ALS ik dit…’ Plotsklaps katapulteerde de blonde docent zich naar de eerste rij, greep de paardenstaart van een tuttig blond corpsmeisje beet en zette de beide opengesperde benen van de enorme schaar er in. De zaal was in één klap stil. Verlamd van collectieve schrik.

ALS ik zou knippen….Wat voor daad zou ik dan naar burgerlijk recht plegen?!’

Het paardenstaartenmeisje keek angstig omhoog, waar nog steeds de sperrende bek van de schaar aan de aanzet van heur haar gaapte.

‘Wat zou dat dan zijn?’ herhaalde hij vervaarlijk zijn vraag. Zij van de paardenstaart schudde dat ze het niet wist en was kennelijk bang dat dat uitblijvende antwoord de korte route naar een bobkapsel zou worden.

Een on-recht-matige-daad,’ zei die net benoemde lector Hans Nieuwenhuis. Weer lachte hij schalks, vooral met zijn neus, zoals alleen hij dat kon.

images6GJCXX9KDie jungle van een collegezaal daar in Tilburg 1980 was in één keer gevloerd, lag aan zijn voeten – zijn piste voor het overdragen van het burgerlijk recht was gebaand. En toen nam hij ons mee naar het oude Rome, Tilburg-West, Poolse vorsten, via Aristoteles’ klippen van de moraal terug naar Seneca, om vervolgens via de Holterberg, Orestes en Salomon te wervelen naar de ringen van Dante en uiteindelijk te landen in 17de eeuwse Hollandse rechtbanken. Wie op het magische tapijt van Hans mocht aanmonsteren, die vloog Duizend-en-een-nacht-lang door eeuwen intellectuele geschiedenis, door de beste boeken ooit geschreven, langs de mooiste verhalen ooit. Soms vlogen we via de slaapkamer van imagesH4LYSO1QMarcel Proust, en de raadkamergesprekken van Huib Drion, wel eens langs een leerstuk of een ander stukje recht, maar de zoektocht was niet begonnen om de regels van het recht. Je werd langs de eregalerij van menselijke wijsheid getroond, en het vallen-en-opstaan van de menselijke beschaving, die zo kwetsbaar en toch zo wezenlijk is. En zo liet hij, Hans, zien hoe het bij dat streven naar ons hogere zelf soms lukt met wikken en wegen, en het ingewikkelde hinkelspel rond de boom van goed en kwaad werkelijk ‘recht’ te doen.

Hans liet ons door het verhaal over het recht, het verhaal van het recht zien. Dat heeft in zichzelf eeuwigheidswaarde, al zal ik de verteller zelf, die sinds vorige week niet meer onder ons is, blijvend missen.

Dag Hans.

naamdfhsdba DFbDFBDSFloos

 

Posted in Algemeen | Tagged | 1 Comment

Spijkerbroekenmisbruik

Spijkerbroekenmisbruik.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De nacht heeft duizend ogen

‘(…) de duisternis is een gericht, en de nacht een tweesnijdend zwaard’,

Marsman, De laatste nacht

 ipitchdarkmagesYMVDIH04

Aartsdonker, het donker waarin je geen hand voor ogen ziet. Oneindig zwart dat je zintuigen ontregelt, het soort duister dat bedriegt. Meer dan zwart om je heen, zonder onder boven voor of achter, naast of ver. Angstaanjagend diepdonker-donkerst waaruit zomaar, zonder waarschuwing, gevaren zich op je kunnen storten. Geluiden, geuren, niet meer te peilen. Alle veiligheidskleppen weg.

Zo donker kon het bij ons worden, helemaal achteraf, ver buiten de bebouwde kom op het platteland van Zundert. Laatste stop aan het einde van de wereld. Vooral in de winter. Inktzwart donker, duister nog aangezet door kou, zonder sterren of maanlicht. Waarom herinner ik me dat nog zo levendig bijna vijftig jaar later?

(Lees hier verder De nacht heeft duizend ogen)

 

Posted in Algemeen, Persoonlijk, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

La débandade Française

Geen mens die tegenwoordig nog weet wat er in deze titel staat. Iets met Frans inderdaad. En ik mag eigenlijk niks zeggen, want al was ik op de middelbare school een kei in Frans, ik kan geen poot Frans meer spreken of schrijven. Komt natuurlijk omdat je het niet onderhoudt, en je onderhoudt het niet meer omdat het uit je omgeving verdwijnt. In imagesCAEKEJ0IEuropese politiek, in de wetenschap, in de wereld van populaire cultuur* is de Franse taal in rap tempo aan het verdwijnen. Een soort ordeloze aftocht van het Frans (zoiets betekent die titel – letterlijk: de ordeloze Franse aftocht). Dat vind ik op zich jammer, zeker ook vanwege die zes jaar moeite die ik er in stak. Het is een verarming. Soort van dan toch. Aan de andere kant is het ook de schuld van Frankrijk zelf dat niet meer dat  vanzelfsprekende gidsland is, dat ik kende in mijn jeugd. Dat hebben de Fransen grotendeels zelf over zichzelf afgeroepen. Door een fatale mix van plank-voor-de-kop-nationalisme, economisch autisme, en conservatieve gemakzucht, hangen de Franse economie, cultuur en taal nu in de touwen. Frankrijk weet niet beter te reageren op een snel veranderende wereld dan met taalwetten, protectiemaatregelen (om de concurrentie voor wijn, kaas en andere streekproducten te weren), en verkapte staatssteun en subsidies om verouderde industrie en sectoren, die al jaren geen kans imafrancegesmeer maken op de wereldmarkt, te stutten. En vooral door die stille obstructie van de financiële begrotingsafspraken in Europa (en zo valse hoop te wekken bij landen als Griekenland). Het zijn achterhoedegevechten. Geen land is in de recente geschiedenis zo snel zijn leidende positie kwijtgeraakt en geen land heeft in de recente geschiedenis zo slecht geluisterd naar treffende analyses van de Franse situatie noch naar de goede, dringende adviezen om te hervormen. Frankrijk begrijpt het niet, Frankrijk luistert niet. Misschien verstaat Frankrijk de boodschap inmiddels niet meer.

Bewijs:

* 1976: het francofiele jaar De populariteit van Frankrijk en het Frans bereikte in 1976 een na-oorlogs[1] hoogtepunt in Nederland. Minister-president, den Uyl, reed in een Citroën. En hij niet alleen. Een groot deel van de bevolking reed rond in uiterst hippe Franse auto’s (en dat ze snel roestten deerde niemand). We aten in bistrootjes,[2] kaanden stokbrood met Paturain en dronken rode wijn (meestal Caveau[3]) uit lompe flessen. We luchtten naar Franse parfum. Nederland trok in die zomer massaal naar Franse campings en nooit eerder in de na-oorlogse geschiedenis stonden zoveel Franse liedjes in de Nederlandse top 40. Elf maar liefst in 1976. Dat is meer dan 10% van alle Franse nummers die de afgelopen zestig jaar in de Top-40 stonden. 10% van dat totaal in één jaar (8,4% meer dan bij een gelijkmatige verdeling over de jaren het geval zou zijn geweest).

Was op 14 juli 1976[4] het Franse leger bij de Maas Nederland binnengemarcheerd dan zou niemand in Nederland, denk ik, ze hebben tegen gehouden.

Artiest Nummer hoogste notering top 40
Gerard Lenorman Ballade des gens heureux 2
Julien Clerc Venise 14
Kate & Anna McCarrigle Complainte pour Ste Catherine 17
Shake Tu sais je t’aime [5]
Michel Fugain Une belle histoire 21
Dalida J’attendrai 8
Catherine Ferry 1 2 3 5
Julien Clerc This melody 1
Eve Brenner Le matin sur la rivière 8
Manhattan Transfer Chanson d’amour[6] 5
Dave Du Côté De Chez Swann 9

imagesCAW10PZP En er kwamen ook nog eens drie nummers in de tipparade terecht (‘Quand un amour’ van Richard Cocciante, ‘Mes emmerdes’ van Charles Aznavour en ‘Avant de nous dire adieu’, Jeane Manson). Wat een jaar was dat! Met Joop Zoetemelk die tweede werd in de Tour de France (Nederlandse ritoverwinningen en de definitieve doorbraak van het Nederlandse wielrennen). En die een heerlijke, Frans aandoende zomer met een paar hittegolven.

Noten met triviale weetjes

[1] We vieren in 2014 200 jaar Nederlands Koninkrijk, maar in het Nederland van 1814-1815 was Frans de omgangstaal en waren Franse mode en cultuur bepalend. Tot juni 1830 bijvoorbeeld was het gebruik Frans te spreken in de Staten-Generaal. Een groot deel van de Handelingen is in het Frans.

[2] Lees voor het ontwikkelen van de eetcultuur in de jaren zeventig ook: http://www.wimvoermans.nl/pdf%20documenten/De%20Bistrot.pdf

[3] Caveau werd niet gebotteld in Frankrijk maar in Tilburg. Degene die het advies dat op de parafinekurk stond – ‘visitez nos caves’ – zou hebben opgevolgd, die was waarschijnlijk uitgekomen bij een paar aftandse loodsen op een industrieterrein in Tilburg-Noord.

[4] Het was een zwaarbewolkte dag met een paar spatten regen – ca. 19-20 graden C.

[5] Wel kort in de top 40 van 1976 – terug in 1978 – toen plaats 19.

[6] Niet helemaal Frans….

Posted in Algemeen, Persoonlijk | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , | Leave a comment