Als je de Kamer 22 keer in 7 jaar niet of onvoldoende informeert: is dat dan een patroon?

Een vreemd advies

Waarom? Dat is het eerste wat je je afvraagt als je het recente, ongevraagde advies Raad van State van 15 juni 2020 (No. W04.20.0135/I) over ministeriële verantwoordelijkheid leest. Midden in crisistijd, aan het einde van de looptijd van het kabinet. Wat wil de Raad, ongevraagd en al, hier bereiken?

In het advies maakt de Raad zich zorgen over de toenemende verruwing van de verhoudingen tussen Kamerleden, kabinet en ambtenaren. Niet alleen zijn de spelregels voor het noodzakelijke samenspel op de achtergrond geraakt, volgens de Raad, maar er zijn ook geleidelijk verschillende opvattingen over het samenspel ontstaan.Zitting Raad van State 3 december 2019 - Windpark Koningspleij

Al doet het advies nog zo zijn best een op het oog evenwichtige analyse te geven, er wordt stevig partij getrokken voor bewindspersonen en ambtenaren. De schuld voor de verruwing wordt zonder al te veel reserve bij de Tweede Kamer gelegd, die zich veel te veel door de waan van de dag en incidentenpolitiek zou laten leiden. En het rapport gaat, heel bijzonder, keer op keer pal staan voor ambtenaren. Die moeten vooral beschermd worden door hun ministers, de Kamers moeten van ambtenaren afblijven. Dat is zeker in beginsel zo, maar het wordt tot een soort mantra in het advies. Keer op keer weer. Waarom?

Het advies staat sterk in de sleutel van een gouvernementele, bestuurlijke logica. Want aan de vraag of misschien het steeds sterker geworden bestuur, de regering, met zijn machtige informatiepositie, de Kamers juist in een positie heeft gebracht waarin die veroordeeld zijn tot incidentenpolitiek, omdat ze gewoonweg de informatie, noch de mogelijkheden krijgen systematisch en effectief mee te denken over regeringsbeleid en dat ook te controleren, komt in het advies eigenlijk niet aan de orde. Ook niet dat mogelijk de eigenlijke schuld van het gebrekkiger gaan functioneren van de as regering-parlement van de afgelopen tien jaar gezocht moet worden in de torenhoge sturings- en veranderingsambities van de overheid, met daarbij de onmogelijke opgave om die uit te voeren, en de ‘managerial’ aanpak van het overheidsbestuur. Het komt nauwelijks aan de orde. En dat de Kamer in zo’n situatie van steeds groter wordende (informatie)achterstand op de kabinetsagenda dan harder gaat roepen, via incidenten probeert aan te klampen op wat er gaande is, en af en toe ook eens in gesprek wil met de verandermanagers op de departementen die vaak meer weten dan een minister of staatssecretaris (en die zelfs wel eens aan willen spreken), is toch niet zo gek?

Venijnig eind aan tweedaags debat over compensatiewet ...De Raad doet voorkomen dat hij een objectieve, door feiten gestaafde analyse geeft, maar dat blijkt bij doorlezen toch niet altijd het geval. Er zitten, juist op cruciale punten echt overtuigingen in.

Een voorbeeld. Heeft de Raad gelijk op pagina 34 van het advies als hij stelt?:

‘De overheid blijkt daardoor vaak niet of maar moeizaam te voldoen aan de sterkere roep om openbaarheid vanuit de samenleving en vanuit het parlement. Het naar boven halen en selecteren van de relevante informatie kost daarbij ook tijd, geld en menskracht. Vaak wordt er te gemakkelijk van uitgegaan dat informatie te allen tijde en onmiddellijk beschikbaar kan zijn. De werkelijkheid is gecompliceerder.

Dat neemt niet weg dat in bepaalde gevallen signalen die door burgers, journalisten en Kamerleden worden aangedragen eerst lange tijd door bewindslieden worden ontkend of onderschat terwijl later blijkt dat die signalen wel degelijk juist waren. In de beeldvorming lijkt dat vaak het gevolg te zijn van een structureel patroon van achterhouden en verdraaiingen van de feiten. Dat zou incidenteel voor kunnen komen maar voor een structureel patroon bestaat geen bewijs.

Volgens de Raad bestaat er geen cultuur van toe- of afdekken en valt het allemaal wel mee: geen bewijs voor een structureel patroon, meer beeldvorming. Dat is wel een vreemde aanname, met een ‘bewijs’ uit het ongerijmde van de Raad, die voor deze stelling zelf geen ander bewijs dan de eigen indruk geeft; eigen beeldvorming, zeg maar.Omtzigt (CDA): 'Wil van Rutte horen dat de Kamer recht heeft op ...

Wie ook maar eventjes de moeite neemt om aan de hand van krantenberichten van de afgelopen 7 jaar te kijken wanneer er ‘incidenten’ waren waarbij de regering de Kamer niet, of onjuist de Tweede Kamer informeerde die komt al snel tot het volgende lijstje.

(G)een patroon van toe- en afdekken 2013-2020?

In de volgende gevallen gaven bewindspersonen de afgelopen 7 jaar, in discussie met de Kamers, toe dat de Kamer niet, onjuist of onvolledig was geïnformeerd – in één enkel geval is er nog niet zo’n discussie geweest.

Niet, onjuist of – in mindere mate – onvolledig informeren van de Kamer wordt wel gezien als een politieke doodzonde, en een overtreding van de plicht die artikel 68 Grondwet aan ministers en staatssecretarissen oplegt om de Kamers inlichtingen te verschaffen.

  1. 2013 Rapport Commissie de Wit – overname/redding Fortis. ABN/Amro, ING (over de periode 2008-2009) De toenmalige minister van Financiën Wouter Bos heeft de Kamer niet op tijd en/of niet volledig heeft geïnformeerd. Daardoor is de controlerende taak van de Kamer belemmerd. ‘De Kamer is bij de crisismaatregelen in vrijwel alle gevallen pas achteraf door de minister geïnformeerd.’ https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/conclusies-de-wit-kamer-onvolledig-geinformeerd-grote-fouten-bij-overname-abn-gebrekkig-toezicht~b30b3e7ab/
  2. 2011 Minister Edith Schippers betreurt het dat zij in de Tweede Kamer stelde dat er nog geen evaluatie was van het aantal mensen dat zijn zorgpremie niet betaalt. Dat rapport bleek al wel bij ambtenaren op haar ministerie bekend te zijn, liet ze woensdagavond weten.
  3. 2012 Minister Hans Hillen geeft toe de Kamer als Minister van Defensie (2010-2012) de Kamer onvolledig te hebben geïnformeerd https://www.trouw.nl/nieuws/hillen-hield-als-minister-informatie-achter-voor-de-kamer~be7842e9/ (In 2017 dient een strafzaak tegen enkele betrokken ambtenaren. NRC heeft het dossier ingezien. Daarin komt een verhoor door de Rijksrecherche van voormalig minister Hillen in 2014 voor. Hillen legt uit waarom hij als minister besloot geen aangifte te doen tegen een ambtenaar die zich bezighield met de verwerving van auto’s. Diezelfde ambtenaar is één van de verdachten die binnenkort terecht staat. Bron: informatie uit interview NRC 2017 met Hillen)
  4. 2013 S Staatssecretaris van Financiën, Frans Weekers heeft de Tweede Kamer onvolledig en deels onjuist geïnformeerd in de discussie over de mrb-vrijstelling voor oldtimers. https://www.nu.nl/auto/3586511/weekers-heeft-kamer-onvolledig-geinformeerd-oldtimers.html
  5. 2013 Staatssecretaris Weekers houdt informatie achter over Bulgarenfraude https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/weekers-hield-rapport-over-toeslagenfraude-achter~b5929772/
  6. 2013 (Vermeend achterhouden) Minister Blok van wonen houdt een rapport uit 2011 achter dat gaat over de effecten van huurverhogingen. In het stuk staat dat de vraag naar sociale huurwoningen inzakt als de huren snel worden verhoogd. Het ministerie zou wel op de hoogte zijn geweest van het rapport, maar Blok repte er niet over toen er tijdens debatten naar werd gevraagd.
  7. 2014 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties informeert te laat en op een bijzondere manier de Kamer over betrokkenheid van Nederlandse inlichtingendiensten bij verzameling metadata van telefoongesprekken https://eenvandaag.avrotros.nl/item/plasterk-en-hennis-op-hoop-van-zegen/
  8. 2015 Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) geeft toe dat hij de Kamer over een aspect van het drama rond de hogesnelheidstrein Fyra beter had kunnen informeren. Geen van de bewindspersonen die het Fyra-dossier in hun portefeuille hadden, informeerden de Tweede Kamer op tijd, volledig en juist, constateerde de enquêtecommissie.
  9. 2015 Bonnetjesaffaire Minister Veiligheid en Justitie – De Kamer blijkt niet, of tenminste onvolledig te zijn geïnformeerd over een bedrag bij een in 2001 door Fred Teeven (inmiddels staatssecretaris Veiligheid en Justitie) als officier van Justitie gesloten deal met een crimineel
  10. 2017 Wilders affaire – De Minister V&J wordt in verlegenheid gebracht over communicatie tussen het Ministerie J&V en OM over vervolging Wilders – de Kamer blijkt hierover niet te zijn geïnformeerd.
  11. 2017 WODC-affaire. Nieuwsuur brengt, naar aanleiding van signalen van een klokkenluider, dat er ambtelijke druk is geweest op inhoud van WODC-rapporten – het Wetenschappelijke Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De Kamer, voor wie de rapporten vaak de basis voor besluitvorming zijn, wordt met deze praktijk op het verkeerde been gezet: niet kloppende of bewerkte WODC-rapporten geven de Kamers onjuiste/onvolledige informatie. Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/07/manipulatie-onderzoek-is-gebruikelijk-a1584200 later https://www.ad.nl/politiek/wodc-top-nam-klokkenluider-niet-serieus-directeur-vertrekt~af7035e3/.
  12. 2018 Premier Rutte laat mogelijke ambtelijke memo’s over afschaffing van de dividendbelasting buiten het informatiedossier kabinetsformatie, waardoor voor de Kamers dit element van de kabinetsformatie niet natrekbaar wordt.
  13. 2018 NLA-dossiers Ministerie van Buitenlandse Zaken, Minister Blok – Nieuwsuur/Trouw onthullen dat er in tegenstelling tot de afspraken (alleen Non Lethal Assistance), subsidie naar strijdgroepen Syrië die juist wel militair kan worden ingezet. De Kamer wordt daar heel haperend over ingelicht, waarbij informatie die voor de journalisten wel beschikbaar is, vanwege de noodzaak tot geheimhouding, niet wordt gedeeld met de Kamers.
  14. 2019 Staatssecretaris Harbers Justitie en Veiligheid informeert de Tweede Kamer onjuist over de misdaadcijfers onder asielzoekers.
  15. 2019 Staatsecretaris Menno Snel van Financiën informeert de Kamer onvolledig en onjuist over Toeslagenaffaire bij Belastingdienst
  16. 2019 Staatssecretaris Ank Bijleveld van Defensie informeert de Kamer onjuist en onvolledig over het aantal burgerdoden Irak bij het Nederlandse bombardement op Hawija
  17. 2019 (december) De Kamer is onjuist geïnformeerd over een historische kunstverkoop door het Koninklijk Huis (blijkt na Kamervragen) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2019Z26064.odt
  18. 2020 De Staatssecretaris van Financiën heeft de Kamers onjuist/niet geïnformeerd over het bestaan van (en het werken met) zwarte lijsten bij Belastingdienst
  19. 2020 maart, wederom Financiën: Onjuiste informatieverstrekking door de Belastingdienst aan de Nationale ombudsman, waardoor het ook voor de Kamer heel lastig wordt zich een goed beeld te vormen file:///D:/Users/gebruiker/Downloads/onjuiste-informatieverstrekking-door-de-belastingdienst-aan-de-nationale-ombudsman.pdf
  20. 2020 Ministerie van Defensie: onwelgevallige informatie over Kunduz missie blijkt voor de Kamer te zijn verzwegen. https://www.trouw.nl/politiek/zo-goed-ging-het-in-kunduz-niet~b0bebf0c/ Nederland trainde er van 2011 tot 2013 lokale politieagenten. Kamervoorzitter Kadisha Arib schrijft op 31 januari 2020 een brief aan minister-president Rutte en uit daarin de zorgen over de informatiepositie van de Tweede Kamer. Volgens Arib wordt deze positie met regelmaat geschaad door het kabinet, ondanks gesprekken over de informatiekwestie met de premier.
  21. 2020 Zaak Julio Poch – informatie over de Minister van Justitie en de strategie om Poch naar Spanje te krijgen om hem daar te doen uitleveren aan Argentinië (Nieuwsuur 10 maart 2020)
  22. 2020 Zembla uitzending (BNN/Vara) van mei 2020 (‘Koninklijke constructies’) over subsidieverlening en jachtontheffingen op kroondomein het Loo laat zien dat de Kamers in de begroting niet juist en niet volledig worden geïnformeerd over de kosten van het Koninklijk Huis.

Wellicht valt er op punten af te dingen op de vraag hoe ernstig ministers of Arib roept op tot beleefdheid en respect in Tweede Kamer | BNR ...staatssecretarissen te kort schoten in hun informatieplicht – dat zal best. In ieder geval is het lijstje nog zeer onvolledig. Ik kan me zo voorstellen dat ingewijden nog meer incidenten zouden kunnen noemen.

Wat je in ieder geval wel vast kunt stellen is dat er in zekere zin sprake is van een patroon. 22 Gevallen in 7 jaar (sommige reiken natuurlijk wat verder terug in de tijd) is geen klein bier, 10 in de laatste 2 jaar is zeker ernstig. Die toename in de afgelopen 2 jaar zou kunnen zijn veroorzaakt doordat de Kamers samen met onderzoeksjournalistiek wakker lijken te zijn gekust door de incidenten en kritischer het kabinet zijn gaan volgen. Die 10 incidenten in 2 jaar lijken in ieder geval niet door louter toeval te kunnen worden verklaard.

Terug naar de Raad

Waar volgens het eigen beeld van de Raad geen patroon bestaat in de informatievoorziening aan de Kamers laat een heel, heel oppervlakkige analyse van niet meer dan wat krantenkoppen als snel een ander beeld zien. En zo valt er wel meer af te dingen op de soms vreemdsoortige analyses van de Raad van State in het advies van 15 juni over de ministeriële verantwoordelijkheid. Wie het notenapparaat doorneemt kan een glimlach (voor anderen misschien enige ergernis) niet onderdrukken. Voor de onderbouwing is ‘gewinkeld’ in literatuur, veel verwijzingen naar kranten en weblogs als bewijs voor stellingen, met als klein dieptepuntje een verwijzing naar een stokoude, verderlichte bijdrage van de vice-president de Graaf aan een Nijmeegse vriendenbundel uit 1987 over de positie van ministers en ambtenaren (zie noot 59 van het advies).

Nogmaals: waarom doet de Raad van State dit? De invulling en interpretatie van de constitutionele spelregels over ministeriële verantwoordelijkheid (o.a. de bepalingen uit artikelen 42-49 van de Grondwet) is in ons systeem – zonder constitutioneel Hof – bewust overgelaten aan de spelers (regering en Staten-Generaal) zelf, zo leren we uit de toelichtende stukken bij de Grondwet. De Raad van State is ons systeem niet een van die spelers, maar de Raad wil kennelijk nu toch een rol. Waarom?

Kennelijk om ‘de spelregels’ aan te scherpen. Ze ook mede vorm te geven. Maar het past ons belangrijkste adviesorgaan voor de regering niet om als de bovenmeester van de Kneuterdijk het parlement de oren te komen wassen, dunkt me. Dat is niet de rol van de Raad en hij begeeft zich daarmee ook op glad ijs. Als je op een zo gevoelig terrein, ongevraagd de deur in komt trappen, met mogelijk het verwijt van een partijdige blik, dan kan dat ten koste gaan van je gezag.

Ik realiseer me: dit zijn grote woorden en verwijten, maar ik maak me zorgen over deze ongevraagde advisering die past in een lijn van de afgelopen tijd, waarin bijvoorbeeld een ‘geregisseerde’ voorlichting werd gegeven over digitaal vergaderen van de Kamers. De Raad wil ‘meespelen’ en ‘staatsrecht’ maken, zo lijkt het.

 

Posted in Politiek | Tagged , , , , , , , , | 6 Comments

Voorlichting Raad van State over digitaal vergaderen vliegt uit de bocht

Op verzoek van de Eerste Kamer adviseerde Raad van State op 16 april over het functioneren van
de Eerste Kamer in tijden van de coronacrisis. Een beetje vreemd om die voorlichting te vragen over je eigen vergadermodus. En ook vreemd dat je het de Raad van State vraagt: dat is geen constitutioneel hof, maar een adviseur van de regering. En al helemaal niet de enige bewaker van de Grondwet. Dat zijn in ons systeem de Kamers ook: ook die genieten interpretatieautoriteit waar het gaat om grondwettelijke voorschriften. Nou, goed dan, die voorlichting werd toch gevraagd. Of ze daar bij de Raad – kortgezegd – eens wilden kijken of alle ‘fysieke’ eisen die artikel 67 van de Grondwet stelt aan het vergaderen van de Kamers (quorum, beraadslagen en besluitvormen) ook in zouden mogen ruilen voor digitale mogelijkheden. Een paar weken eerder vond de Raad in het kader van een soortgelijke advisering over (vergelijkbare) ‘fysieke’ eisen die de Gemeentewet en Provinciewet aan het vergaderen van raden en staten stellen je die ‘fysieke’ eisen niet zomaar in zou kunnen ruilen voor digitale. Er moest daarvoor een aparte en tijdelijke wet digitaal vergaderen voor decentrale overheden komen die onder strikte voorwaarden – wettelijk geregeld – dat digitaal vergaderen decentrale overheden mogelijk zou maken tot 1 september. Daar werden decentrale overheden wel een beetje chagrijnig van (ze moesten tot ver in april wachten vooraleer ze er mee konden werken), maar enfin, wet is wet.

Wie de voorlichting leest moet wel heel wat wegslikken. Eerst en vooral lijkt de Raad als een blad aan een boom gedraaid ten opzichte van zijn advies bij de Tijdelijke wet digitaal vergaderen decentrale overheden (digitaal vergaderen voor de Eerste Kamer kan best volgens de Raad zonder de regels aan te passen). Daarnaast trekt de Raad wel een hele grote broek aan waar het gaat om het vaststellen van de voorwaarden waaronder dat dan kan gebeuren. De Raad ‘maakt’ in zijn voorlichting een waslijst nieuwe regels voor digitaal vergaderen (niks tijdelijks aan) die als een soort nieuwe staatsrechtelijke spelregels moeten gaan gelden. Dat is helemaal niet de rol van de Raad in ons bestel; de Raad heeft helemaal niet de bevoegdheid hier dit soort verstrekkende jurisprudentie te maken.

Emeritus hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga noemde deze voorlichting terecht ‘een
miskleun’ 
en het is ook belangrijk dat de Kamers dit advies weerspreken, en er een eigen interpretatie tegenover zetten, voordat deze Voorlichting stadsrechten krijgt als ongeschreven staatsrecht.

Waar gaan die zorgen in de voorlichting nou precies over? Nou ten eerste geeft de Raad van State wel een heel, heel ruime interpretatie aan artikel 67 van de Grondwet. Dat artikel zegt dat de Kamers alleen mogen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden ter vergadering aanwezig is, en dat besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Als je het zo leest zou je denken dat niks in deze bewoordingen zich verzet tegen digitaal vergaderen met gebruik van digitale hulpmiddelen (inclusief presentielijst). Nou is er al van verschillende kanten op gewezen dat dit grondwettelijke voorschrift wel moet worden gelezen in de context van andere eisen die de Grondwet stelt: leden hebben een individueel mandaat. Als je digitaal gaat vergaderen, komt dat onder druk door – zoals Elzinga dat noemt – ‘collectivering’ van het vergaderen. Je bent niet meer daar en dan bij elkaar, kunt elkaar niet meer in de ogen kijken, op andere gedachten komen tijdens de vergadering, afwijken van de fractiediscipline, wordt nagenoeg onmogelijk als je in digitale ruimtes wordt voorgekookt of ‘voorgeperst’. Daarnaast – hoe controleren we identiteit, welke apps of middelen zetten we in, etc. etc.? De Raad bekreunt er zich nauwelijks om. De nood is hoog, dus we interpreteren de Grondwet maar ‘au besoin de la cause’ want nu de Grondwet wijzigen op korte termijn lukt niet.

Inconsistent ten opzichte van dat advies digitaal vergaderen. Maar het is niet die inconsistentie – door de Raad ‘weggestopt’ in noot 74 van de Voorlichting – die me de meeste zorgen baart, al is het zuur voor decentrale overheden die op die wet moesten wachten en na 1 september niet meer digitaal kunnen vergaderen en daarvoor afhankelijk blijven van de Haagse wetgever.

Mijn meest belangrijke zorg zit in het feit dat de Raad van State hier met heel brede stroken de regels en uitgangspunten voor digitaal vergaderen ‘bedenkt’ en die brengt als ‘beginselen’ en uitgangspunten ontleend aan de geest van de artikelen 66, 67 en 69 en aan die Tijdelijke wet digitaal vergaderen decentrale overheden (p. 17 van de Voorlichting). De Raad ‘maakt’ hier de regels, en met deze voorlichting aan de Eerste Kamer wordt mogelijk een riskant precedent geschapen; voorlichting van de Raad die als ‘jurisprudentie/legisprudentie’ gaat werken ten aanzien van de grondwettelijke regels die het functioneren van de Kamer betreffen. Zo kan straks de Eerste Kamer nog meer Voorlichting gaan vragen over grondwettelijke regels (willekeurige bepalingen uit Hoofdstuk 3 van de Grondwet) die dan ook – mits onweersproken – bindend zijn voor de Tweede Kamer. Dat is heel onwenselijk natuurlijk, de Eerste Kamer die over de band Tweede Kamer kan ‘gijzelen’. Een ander belangrijk bezwaar bij de waslijst van 11 zelfbedachte regels die op p. 17 van de voorlichting worden opgesomd is dat ze meer vragen oproepen dan dat ze oplossen. Wat is nu de juridische status van deze regels, wat geldt als bijzondere omstandigheid (‘noodzakelijke continuering van de democratische besluitvorming’), wanneer moeten we weer terug naar ‘gewoon’ vergaderen, kunnen Kamerleden zich ook in de toekomst beroepen op een ‘recht’ op digitale convocatie, beraadslaging en besluitvorming, hoe zit het met de rechten van individuele leden, wat voor technische randvoorwaarden gelden (‘open source?’), wie mag dat aanbesteden, aanbieden, etc., etc.? Verder is de voorlichting ook op het punt van aanpalende leerstukken zoals dat van de parlementaire immuniteit weinig doordacht: gelden dezelfde regels als in de fysieke situatie? Alleen bescherming tijdens de vergadering (zoals de voorzitter die bepaalt), maar hoe gaan we dan om met de mogelijkheid dat de leden niet alleen zelf op beeld’ aanwezig zijn? En nog vele vragen van deze soort. Deze voorlichting vraagt om een hard en duidelijk weerwoord van die andere grondwetsinterpretatie-autoriteit in Nederland: de Kamers van de Staten-Generaal.

 

 

 

Posted in Algemeen, Politiek | Tagged , , , , , | 5 Comments

Op de drempel van de toekomst

De introductieweken beginnen weer. Duizenden studenten die zich gereed maken voor een nieuw leven. Ook de studies rechtsgeleerdheid/rechtswetenschappen lopen weer vol. Ze zullen in ieder geval beter les krijgen dan in 1980 (zie: Begin), wellicht ervan langs krijgen (zie: Ontgroenen) of wat terugkrijgen. Wat er van ze gaat worden weten we niet (zie: Jurist van de toekomst ). Maar laat ze daar vooral, de op de drempel van de toekomst, nu nog niet over tobben. Daar is nog een heel leven de tijd voor.

Afbeeldingsresultaat voor introductieweken leiden

Posted in Algemeen, Persoonlijk | Tagged , , , | Leave a comment

Een vervelend kerstcadeau voor Pechtold: politici en het Geschenkenregister Tweede Kamer

‘Timeo Danaos [1]Beware of Greeks bearing gifts…[2]

Alexander Pechtold is in het nieuws op een manier die die niet leuk vindt. Gedoe. Website GeenStijl berichtte over een schenking ter waarde van ongeveer € 135.000  van een Schevenings appartement door oud-diplomaat Serge Marcoux. Had Pechtold dat nu wel of niet moeten melden in het Geschenkenregister van de Tweede Kamer?

De regels

Er zijn geen wettelijke regels over het aannemen van en registratie van geschenken door parlementariërs, eigenlijk alleen maar huisregels. Artikel 150a, derde lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer regelt in dit verband:

‘3. Ter griffie wordt een register bijgehouden waarin de leden de door hen ontvangen geschenken en voordelen met een hogere waarde dan 50 euro vermelden, uiterlijk één week na ontvangst van het geschenk of het voordeel.’

Het woordje voordelen is er pas onlangs aan toegevoegd naar aanleiding van een evaluatierapport van de GRECO-groep van de Raad van Europa[3] – een groep van Europese Staten die zich sterk maakt voor politieke integriteit en corruptiebestrijding. Al stelde die werkgroep in 2013 vast dat Nederland een net land is met integere politici, wel legde het de vinger op de kwetsbaarheid van ons systeem van registratie en transparantie van geschenken aan en voordelen voor parlementariërs. Zo valt het die GRECO-groep op dat er eigenlijk geen wettelijke regels zijn voor het aannemen van giften en voordelen, buiten dan de geschenkenregisters die de Kamers zelf hebben aangelegd. Óf Kamerleden wel alles netjes daarin opnemen, is hun eigen verantwoordelijkheid. Een handhavende instantie is er niet – je kunt er niet mee naar het Openbaar Ministerie of de rechter. Een Kamerlid dat giften of voordelen aanneemt en niet registreert, kun je weinig maken. De waakhond is de Kamer zelf, de Kamervoorzitter kan al helemaal niet politievrouw spelen. Een kwetsbare situatie volgens die GRECO-groep, zeker ook tegen de achtergrond van de registratiepraktijk die nogal te wensen overlaat.[4] De werkgroep van de Tweede Kamer die in 2014 met het GRECO-rapport aan de slag ging, deed niet al te veel met de Europese analyses en aanbevelingen. Een beetje zelfgenoegzaam werden toch vooral de complimenten van de GRECO-groep uitvergroot en werd een beetje sussend gedaan over de aanbevelingen. Ook ‘voordelen’ zouden voortaan in het geschenkenregister opgenomen moeten worden (en in het Kamerreglement opgenomen), bij omissies op het terrein van nevenactiviteiten zou de griffie mogen kattenbellen en er zouden praatgroepjes moeten komen om eens over de ervaringen door te praten. Een beetje het verhaal van de plas en alles laten zoals het was. En dat terwijl de praktijk van het geschenkenregister toch wel heel wat vragen oproept.

Privé of niet privé?

Ten eerste de vraag waarmee Pechtold op het ogenblik aan het hannesen is. Moeten privé geschenken nu wel of niet worden geregistreerd? De D66 fractieleider is heel stellig in zijn verweer: ‘dat hoeft niet.’ Tja dat zal dan wel, als Pechtold dat zegt, maar het Kamerreglement maakt helemaal geen onderscheid tussen giften en voordelen die je hebt gekregen als privépersoon of als functionaris. Eigenlijk maar goed ook, want waar houdt de privépersoon op en waar begint de politicus? Wereldwijd proberen politici of topbestuurders, van, toegegeven, een heel wat bedenkelijker kaliber dan Pechtold in vermeende fraude of corruptiezaken zich te verstoppen achter hun eigen privépersoon, hun privéleven. Ze hebben nu eenmaal veel goede vrienden. Hoe groezelig en verwarrend privé en publiek door elkaar kunnen lopen bewijzen de laatste presidentsverkiezingen in de VS wel. Dat zijn geen klare lijnen.

Met privé of niet privé zijn we er niet. Het gaat om het doel van dat register. Om te kunnen vertrouwen op politici, maar belangrijker nog op ons democratisch politieke systeem, willen burgers tegenwoordig weten wat er speelt, wat er om gaat. Een werkelijk informatief Geschenken- en voordelenregisters stelt burgers in staat om bij de overheid binnen te kijken, te weten wat er gebeurt. We willen weten met wie de onderhandelaars tijdens de kabinetsformatie praten, we willen weten welke belangenorganisaties belet krijgen bij ministers en ambtenaren. De positie van een Kamerlid of Minister die zegt: ‘Ik maak zelf wel uit met wie ik praat,’ is in 2017 zelfs in polderland Nederland niet houdbaar. Om vertrouwen te kunnen hebben en houden in ons politieke systeem, om dat systeem legitiem te laten functioneren, moeten we mee kunnen kijken, moet dat systeem transparant zijn. Als Pechtold terechte vragen stelt over kostenposten van het Koningshuis, waarvan je in de wandeling zou kunnen zeggen dat ze privékwesties betreffen, dan heeft hij daarin gelijk. En als is hij, Pechtold, natuurlijk niet op dezelfde voet publiek persoon als de Koning, zijn goed ontwikkelde politieke antenne zou hem hebben moeten vertellen dat zo’n grote gift van een oud-diplomaat toch wel veel vragen op zou kunnen roepen, zelfs al was het dan een geschenk van een oude vriend. Onhandig op zijn minst, ook in een situatie waarin er geen scheidsrechter is.

De vreemde praktijk van het Geschenkenregister

Wat Pechtold zeker niet heeft geholpen bij zijn afweging om wel of niet de gift te registreren, is de praktijk van de registratie zelf. Het Geschenkenregister van de Tweede Kamer wordt (ongeveer) sinds 2006 bijgehouden. Het was al weer even geleden dat ik ernaar keek, maar er is niet veel veranderd. Weliswaar zijn er veel meer meldingen (om en nabij de 1350), maar die meldingen zijn nauwelijks informatief. Het register en de registraties geven eerder aanleiding tot lacherigheid dan dat ze een serieuze informatiebron voor kritische burgers zijn.

Een paar waarnemingen per december 2017 dan maar: mijn kerstcadeau voor de Kamer.

  • Veel flauwekulregistraties  Het register staat vol met flauwekulmeldingen over giften (wijnflessen, boeken en boekjes, en andere prullaria) met een geregistreerde waarde van (meestal ver) onder de  € 50,- : de registratiedrempel. Onder dat bedrag hoef je niet te registreren. En ze doen het toch. Waarom doen Kamerleden dat? Hardlopend Kamerlid Remco Dijkstra van de VVD maakt het het bontst. Hij laat registreren dat hij op 5 oktober 2013 een geschenkabonnement voor de slijter ter waarde van  € 5,-  heeft ontvangen bij de sponsorloop Kika in Zoelmond en….die bon heeft weggegeven. Dijkstra is sowieso nationaal geschenkenregistratiekampioen: in zijn eentje is hij goed voor 148 registraties. Zo’n kleine 12% van het totaal. En bijna al zijn registraties vallen ruim onder de drempelwaarde. Dat dient natuurlijk geen enkel doel. Het vervuilt alleen de registratie maar (sowieso moeilijk te doorzoeken omdat die in plat Pdf-formaat wordt geleverd). Of is het een stil protest tegen het registratiesysteem – obstructie – telkens weer als hij zijn jas- en broekzakken vol met houtjes en touwtjes omkeert aan het bureau van de griffie?
  • Kleine waarde Van de meeste van de giften en voordelen is de waarde onbekend, heel veel wordt ook weer weggeschonken. Er komt echter weinig met aanzienlijke waarde voorbij. In de gauwigheid telde ik 52 giften met een geldwaarde hoger dan € 100,-. Ca. 4 % van het totaal van de giften. Het boekenpakket dat een aantal Kamerleden (9 stuks) heeft gekregen van uitgeverij Boom in Amsterdam op 30 september 2008 (waaronder de stichtende vertaling van Montesquieu’s Geest der wetten) met een totaalwaarde van € 106,90 tikt daartussen flink door. Ook zijn een flink aantal van de giften met een waarde van meer dan € 100,- vergoedingen voor gehouden lezingen. Vooral in Christelijke SGP/CU-kringen is het kennelijk de gewoonte dat daar contant voor wordt betaald – meestal zo rond of boven de € 100,- (10x). Giften van meer dan 200 euro zijn uiterst zeldzaam: ik vond er maar 7. Drie daarvan zijn weer (Christelijke) lezingen, eigenlijk springen maar 3 wat grotere giften er echt uit. Op 10 oktober 2016 won Gert-Jan Segers (CU) de Grote Bijbelquiz en ontving daarvoor een weekendje weg-bon van € 500,-. Klaas Dijkhoff (VVD) werd op 16 november 2017 gekozen tot Best Geklede Man van het jaar 2017 en won een shoptegoed bij de Bijenkorf t.w.v. € 1.000,- (een serieus bedrag, maar voor een sharp-dresser natuurlijk ook weer niet zoveel). De grootste gift – € 2.011,11 – kreeg Albert van den Bosch (ook VVD)  bij zijn afscheid als burgemeester van Zaltbommel. Eigenlijk geen gift maar een donatie. Zo’n bedrag aan opgehaald geld, gedrukt op een grote kartonnen cheque, die Van den Bosch onmiddellijk doorgaf aan het Dierenasiel Bommelerwaard in Bruchem – waar dat bedrag de hele tijd al voor bedoeld was. Niet om het een of ander, maar de hoogte van de bedragen gemoeid met de giften laat ook zien dat de geregistreerde meldingen over weinig substantiële zaken gaan. Met een schenking van € 135.000,- zou Pechtold er wel enorm zijn uitgesprongen.
  • Gefuifd of mee op pad genomen?  Naast een eindeloze reeks van (niet registratieplichtige) boekjes (eentje ter waarde van € 4,75 ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’), wijnflessen, pennen, bekers en goedkope cognac, komen er ook relatief veel geschonken toegangskaartjes voor sportwedstrijden, concerten en theatervoorstellingen voor. Wel goed dat die geregistreerd worden want met de organisaties die die evenementen organiseren kan je als politicus natuurlijk wel te maken krijgen. Anne Mulder’s (VVD) liefde voor sport, met name voetbal en dan weer met name voor voetbalclub ADO is op het aandoenlijke af. Een keer of 7 werd hij er voor een thuiswedstrijd uitgenodigd. Vooral voor Nederlandse en Europese kampioenschappen, voor voetbal en hockey, maar ook voor de Tefaf krijgen Kamerleden uitnodigingen. Maar kennelijk niet iedereen registreert die op dezelfde manier.
  • Gatenkaas en verouderd  52 Kamerleden krijgen nooit iets, kennelijk. Bij hen is het vakje giften en voordelen leeg. Die lege-handen-Kamerleden tref je aan verdeeld over alle fracties en partijen. Dat een derde van de Kamerleden niks te melden heeft, is wel een beetje vreemd omdat er soms cadeaupakketten bij de hele Kamer worden afgeleverd (zoals dat eerdergenoemde boekenpakket van uitgeverij Boom, alweer uit 2008) die door het ene Kamerlid wel en door het andere Kamerlid weer niet worden geregistreerd. Nu moeten we geen spijkers op laag water willen zoeken, maar aan een onvolledig en grotendeels verouderd register heeft niemand iets. Want het mag zo zijn dat Alexander Pechtold keurig 52 keer melding heeft gemaakt van geschenken – het telt voor niks als nu juist die ene grote, waarover je ook nog wel wat vragen zou kunnen hebben (vragen die de D66 fractieleider ongetwijfeld zal kunnen beantwoorden), er niet tussen staat.

Transparantie

De praktijk van de registratie is dus nog lang niet op orde en een incident als die gift aan Pechtold werpt onmiddellijk een smet op die hele registratie. Het krijgt de bijsmaak van een institutioneel rookgordijn. En wat al zeker niet helpt, is als bij dit soort incidenten de psychologische kaart wordt getrokken (Pechtold is toch een betrouwbaar mens), dat het als kleinigheid van de prioriteitenladder wordt geschopt (‘zijn er nou echt geen belangrijker zaken?’) of dat er bewust wordt verhaspeld. Kamerleden hebben toch een zuiveringseed gezworen waarin ze beloven dat ze geen giften hebben aangenomen om iets wel of niet te doen in het ambt?[5] Dat gaat over iets anders, en dat heeft slechts een indirecte relatie tot het Geschenkenregister.

Het incident Pechtold laat zien dat er op het terrein van transparantie nog een wereld te winnen valt in Nederland. Dat is altijd taaie materie want overleggen in ons polderland vergt nu eenmaal altijd een beetje geborgenheid en vertrouwelijkheid. Af en toe moeten bij ons wel eens katjes in het donker van de achterkamertjes worden geknepen. Dat begrijpt iedereen. Maar daarom dringt het in Nederland juist zo, dat wat we wel echt moeten weten wie onze onderhandelaars zijn. Onze vertrouwelingen die we met ons mandaat achter gesloten deuren laten onderhandelen. Misschien willen of moeten we daarom zelfs ook  dingen weten die gedeeltelijk privé zijn. Als we al zouden weten waar die privésfeer begint. Want het mag nooit zo worden dat die overheid en politici wel bijna alles van ons weten, maar wij nog nauwelijks over hen.

NOTEN

[1] Deel van het citaat ‘Timeo Danaos et dona ferentes’ uit Vergilius’ Aeneis (zang II, vers 49). Het betekent “Ik ben bang voor Danaërs (= ‘Grieken’), ook als zij geschenken aanbieden”. Vergilius legt deze woorden in de mond van de Trojaanse hogepriester Laocoön die een angstig voorgevoel krijgt bij het zien van het houten gevaarte dat de Grieken bij hun vertrek achterlaten op het strand (Het paard van Troje).

[2] Het gevleugelde Engelse gezegde is een niet helemaal correcte vertaling van Vergilius’ vers (kent wel dezelfde stam), maar drukt misschien juist daardoor nog wel een krachtiger boodschap uit.

[3] Group of States Against Corruption (GRECO), Fourth Evaluation Round, Corruption prevention in respect of members of parliament, judges and prosecutors. Evaluation Report Netherlands adopted by GRECO at its 60th Plenary Meeting, Strasbourg, 17-21 June 2013. Council of Europe, Strasbourg 2013.

[4] In de bewoordingen van de GRECO-groep: ‘given the imperfect compliance with the declaration requirements’.

[5] De eed op basis van artikel 60 Grondwet: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot minister/staatssecretaris/lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.”

Posted in Algemeen, Politiek | Tagged , , , , , , , , , , | 8 Comments

Proust lezen (A La Recherche du Temps Perdu)

Op 9 maart 2016 overleed Thérèse Cornips overleden. Goed vertalen is, volgens haar, eerst en vooral goed begrijpen, proeven en dan in de eigen taalcultuur omzetten. Helemaal aan het einde van dat proces komen eerst de zinnen en letters.

Goh wat was ze goed. Hertalen om te doen snappen.

PROUST LEZEN

Ik weet niet meer helemaal zeker hoe het kwam. Waarschijnlijk omdat op de middelbare school die ene Franse leraar (Malherbe) had gezegd dat dat boek te moeilijk was voor gewone luitjes. Waarmee het…

Bron: Proust lezen (A La Recherche du Temps Perdu)

Posted in Boeken, Persoonlijk, Uncategorized | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Wat als…?

Bron: Wat als…?

Posted in Uncategorized | Leave a comment

PAK(44)

Bron: PAK(44)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Op TV

Waar haalde ik in het najaar van 1992 in ‘s hemelsnaam de tijd vandaan? Voltijdbaan, vijf werkcolleges per week (een in de avond), proefschrift schrijven, vakgroepsecretaris, twee grote contractonderzoeken (omzetten richtlijnen/computers en wetgeving), annotaties, imagesGFLW8RGEartikelen, papers, commentaren, en dan ook nog een dag of twee of zo per week met die Nacht van de columnist bezig….Tussendoor nog getrouwd. En dan schreef ik ook nog voor het glossy magazine Kubus en om de andere week een halve pagina over de voorbereidingen van die Nacht van de Columnist in Univers (het universiteitskrantje). Hoe lukte dat toch allemaal? Zou roken dan toch helpen (ik rookte indertijd als een schoorsteen)? Of was het gewoon de kracht van onnadenkendheid? Ik houd het op dat laatste want de verwikkelingen en complicaties van de organisatie van de Nacht van de Columnist lieten zich niet uitroken.

We hadden dat drieste plan opgepakt de allereerste columnistenprijs van Nederland – de Audax columnistenprijs uit te reiken (zie columnflatie). Dat moest met een grote klapper gepaard gaan om er voor te zorgen dat we vanuit ‘nowhere’ Tilburg ook in de rest van Nederland (lees: Amsterdam) gehoord zouden worden. Ook de hoofdsponsor Audax stond daarop: het moest in Tilburg en het zou ook groot. Vandaar die ‘Nacht van de columnist’ (3000-4000 bezoekers, tientallen columnisten, bekendheden, bands, acts) te houden op 20 november in de Katholieke Universiteit Brabant. Al was het eigenlijk alleen untitlkryujmrhmejhmethedmaar bedoeld als reclamewikkel voor die prijs, die Nacht werd het onstilbaar hongerige zwarte gat van de hele organisatie. Hoe dichter die bij kwam hoe meer toestanden, hoe meer hoofdpijn. Jongens wat gaf dat een gedoe. Patricia, Clemens, Marinus en ik van de Stichting Fenomeen deden alles zelf, tot aan de keuze van de wijn voor de catering toe. Het liep ons totaal over de schoenen.

Maar op de een of andere manier lukte het steeds toch, uit het niets, minuten en uren te sprokkelen; tijd te toveren uit een niet bestaande ruimte. Waar ik in de week van 25 oktober (tentamenweek Inleiding staatsrecht) de tijd voor vond om het onderstaande stukje voor Univers te schrijven kan ik niet meer reconstrueren. Gemaakt in niet bestaande tussentijd. Wel kun je er gejaagdheid in proeven; van kritisch nalezen kwam het meestal niet.

‘De teller staat op 21 oktober. En dan ineens is er telefoon, die woensdag. Ene Hellen, van de bureauredactie van het programma Sonja op zaterdag. Ze willen zaterdag een item-pje doen over het gekrakeel rond de Audax-columnistenprijs. De zaak is namelijk de volgende: in de afgelopen twee weken hebben een aantal columnisten – na een aanvankelijke toezegging- bedankt voor een optreden op de Nacht van de Columnist 20 november a.s. De prijs, de sponsor ervan en/of de manier waarop de prijs zou worden uitgereikt zinde ze niet. Zowel Henk Hofland (niet eens met de jurysamenstelling en prijsuitreiking), als Theodor Holman (oneens met het feit dat hij niet was genomineerd) , untitleyjkdtyyjsrhgjsrdRik Zaal (niet akkoord met geld in zijn algemeenheid) en Ed Schilders (onduidelijk waarom) deserteerden. Ze deden dit gelukkig in de vorm van krantencolumns, die ons veel gratis publiciteit opleverden. En weer anderen (columnisten schrijven het liefst over elkaar) vonden de gewetensbezwaren van Zaal en Holman klinkklare bullshit (o.a. Sanders en Jaeggi) en deelden dat ook mee in de Volkskrant en Propria Cures.

Vanuit organisatieperspectief vormden de spijtoptanten alleen maar een luxeprobleem: we hadden nu nog maar 37 geboekte columnisten over, net genoeg om twee Nachten van de Columnist mee te vullen. En dat luxeprobleem werd dan weer groter. Omdat de weglopers niet kwamen, wilden juist anderen weer wel (o.a. Max Pam en Derk Sauer). Enfin, het gekakel was doorgedrongen tot de bureauredactie van Sonja (Barend) op zaterdag (dé talkshow van 1992). In de uitzending van zaterdag wilden ze graag een gesprek met de aanstichters van het keukenrelletje (wij dus) en een paar anderen. Een felle polemiek moest het gaan worden waar de vonken van af zouden springen. En wellicht zou onze voorzitter, Clemens van Diek, een toelichtend woordje kunnen spreken. Spannend![1] En goed voor de publiciteit, want al hadden we een fraaie subsidie, we moesten de Nacht nog wel uitverkopen wilden we in de buurt van quitte draaien.

Om er zeker van te zijn dat onze kant van het verhaal goed zou worden gehoord, faxten we ongeveer het hele archief van de organisatie naar de VARA en alles wat er te weten was over Clemens (levensloop, bevallige foto’s – voor zover mogelijk, bloedgroep, dat soort dingen). En we probeerden vooral te doen alsof we kalm bleven. De informatielawine werkte want die vrijdag kregen we het bericht dat we voor de uitzending van zaterdag 24 oktober in Amsterdam werden verwacht.imagesH0ZOVHU5

Voor ons doen waren wij , Patricia, Marinus, Clemens en ik (en de twee dozen van het archief, je weet maar nooit), heel stil in de auto naar Amsterdam die zaterdag. Af en toe werd de stilte doorbroken door de een of andere wilde ingeving: ‘Clemens! Je moet dat en dat zeggen!’ Dat werd dan kort geëvalueerd en dan was het weer stil een kilometer of 20. Na een zenuwslopend parkeeravontuur stonden we dan eindelijk om 18.30 precies (het afgesproken tijdstip) in de Rode Hoed (tevens t.v.-studio) . Kort spraken we nog met de bureauredactrice, die ons ‘bij-de-weg’ meedeelde dat onze voorzitter Clemens he-le-maal niks hoefde te zeggen en ook niet aan tafel zou zitten. Jammer (ook voor het archief), maar alla, het zou wel spannend gaan worden, er hingen ruzie en rellen in de lucht. Stront op tv, dat zie je niet alledag. Toch nog onrustig schoven we aan in de voor ons gereserveerde plekken op de eerste rij in de studiozaal. We grapten met elkaar – alsof ontspannen -. En Van Diek, zo zag ik, begon voor het eerst sinds een paar dagen weer een beetje kleur in zijn lijkbleke gezicht te krijgen. Het duurde en het duurde, maar om zes minuten over negen barstte dan het spektakel los. We zaten op rij één en waren goed in beeld (ja, we waren toch nog op TV!).

Het kleine televisiemoedertje Barend hupte vrolijk heen en weer voor de camera en gaf hem o zo geroutineerd van jetje. Het eerste item behelsde het non-probleem van ouders die op latere leeftijd kinderen krijgen. Een paar lolita’s die kibbelden, met twee Abrahammen en Sara’s. Het ging weer eens lekker nergens over.

Ondanks alle opwinding merkte ik dat het een beetje stonk daar in die studio. Een weëe zoete geur die ik niet thuis kon brengen. Ik keek beschuldigend om me heen. Eindelijk dan de columnisten…Al direct gingen ze in de clinch over die prijs. Holman kreeg zijn trekken thuis. Bernadette de Wit hakte venijnig op hem in. Echt heibel, stront. Na drie minuten zakte de cake echter terug in de bakvorm. Kopschuw geworden door de snelle start imagesOK7B6YNKbegonnen de columnisten aan tafel elkaar ineens minzaam de bal toe te schuiven. Ze werden nog net niet complimenteus, maar het scheelde niks. Wat moedertje Barend ook probeerde (‘vinden jullie jezelf niet laf?’), niks lukte meer. Het grote debat, de vlammende babbelpolemiek, ontaardde in goedaardig gekeutel dat via de coulissen wegpruttelde. Te schijterig dat ze op TV durven te zeggen waar het op staat en straks in de krant sluipmoord plegen op de gesprekspartners van die avond. Shit, wat een domper! Vreselijk. Het stonk een uur tegen de wind in. Letterlijk: toen ik aan het einde van de uitzending  naar mijn voet en daarna onder mijn schoen keek die ik de hele tijd zo übercoool op het podium had gelegd, zag ik dat ik dat er forse hondendrol onder zat, die ook nog eens half aan het podium voor me zat gekleefd. Jak!! Kom ik een keer op mijn TV…..zal je altijd zien. Nou ja, beeld is geurloos. Nu begreep ik ineens ook waarom de mensen naast me zaten, me de hele tijd al met enig afgrijzen hadden zitten bekijken (ik zag het later nog terug op de videoband van de uitzending). Dat was dus niet vanwege mijn vlammend scharlaken rode colbert dus. Enfin, toch nog een beetje stront dan….’

(gepubliceerd op 29 oktober 1992, Univers)

Naschrift. Het ging door op 20 november en het was weergaloos druk. Presentator Kees Driehuis was groots, de bands waren leuk en veel jonge talenten amusant en naar behoren beschonken (Ronald Giphart, Jack Nouws e.a.) We hadden pesterig de zalen vernoemd naar de columnisten die niet waren komen opdagen. Maar we hadden namen  tekort: de meeste columnisten (althans de meest relevante) waren er. De prijs werd gewonnen door Henk Hofland…maar die was nou juist weer niet komen opdagen. In zijn zaal hebben we op de goede afloop getoast, voordat we het allemaal (ook weer zelf) op mochten ruimen.imagesMRKB1COB

Literaire prijzen (uit het Archief van het Letterkundig museum)

Audax-Columnistenprijs 1992

Prijswinnaar : H.J.A. Hofland

Bekroond werk : zijn columns in NRC Handelsblad onder eigen naam en onder het pseudoniem S. Montag

Geldbedrag : 15000 gulden

Details : de overige genomineerden waren: Hugo Brandt Corstius (1935), Emma Brunt (1943), Remco Campert (1929), Stephan Sanders (1961), Jan Vrijman (1925-1997)

Jury

John Jansen van Galen

Merel Laseur

Nelleke Noordervliet

Hugo Verdaasdonk

Gerrit-Jan Wolffensperger  (voorzitter)

[1] Al was het voor Clemens de tweede keer dat hij live op televisie zou zijn. Hij was er al een keer eerder om over zijn ‘Baanbrekende brieven’ uit 1989 te spreken.

Posted in Algemeen, Persoonlijk, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , , | 2 Comments

Hans

Komt een man binnengelopen. Er is iets met zijn voet. Hij glimlacht vriendelijk en kuiert met een mal, blauwkartonnen KLM-koffertje naar de vijfnaamlht2q5hqrgh1oosmeter brede lessenaar. Het was al eerder  september 1980 en nu is het dat weer. We zitten met ongelooflijk veel eerstejaarsstudenten rechten te wachten op wat er gaat gebeuren. De pot schaft ‘Burgerlijk recht’. Geen goed woord in 1980. Want wie wil er nou burgerlijk zijn? Niemand toch? Zeker niet op je 18de, zeker niet in 1980. Maar enfin. We waren er nou toch eenmaal en hadden die hele zooi boeken en wettenbundels en syllabi en wat er nog meer in die zowat zicht-versperrende papiervracht op onze klaptafels lag, mee naar hier gesleept, dus voor de draad er mee met dat verhaal.

‘Claudius’ werd er gefluisterd. ‘Het is net Claudius.’ (De Britse televisieserie I Claudius naar het boek van Graves was enorm populair op dat moment).

De blonde jongeman met de moeilijke voet daar beneden in de arena van de grote collegezaal lachte vriendelijk en zette bijna peinzend zijn duim onder zijn neus. Zijn twinkelogen spraken van een momentje binnenpret. Daar was geen aanleiding voor, want het was een ordeloze bende in de grote kille collegezaal en het gehoor maakte een kabaal van jewelste. Het wilde maar niet rustig worden – we gingen net het tweede academische kwartiertje in. Het scheen de  docent met zijn volle lippen en bolle wangen niet in het minst te deren. Waar zijn collega’s zure gezichten trokken, hees schreeuwend, vergeefse bevelen tot stilte en aandacht naar ons slingerden, klopten op de microfoon, sloegen op de lessenaar, of (dat was eigenlijk het leukst) hoofdschuddend rechtsomkeer maakten, leek deze man alleen maar plezier in de chaos van deze postpubersoep te scheppen. Zelfs de blaffende hond (zie Begin) deerde hem kennelijk niet. Met de rug naar de zaal klapte hij het blauwe koffertje open.images7IS66046

Ineens vulde een sonore stem, die verrassend ver droeg,  de zaal:

‘Het burgerlijk recht vergt uw aandacht!’

Zijn pretogen twinkelden weer en het werd een beetje stiller, vooral toen hij een enorme schaar uit het koffertje haalde. Niet zo’n gewoon papierschaartje maar een exemplaar van zeker veertig centimeter lang. ‘Aanschouwelijk onderwijs,’ bromde hij, ‘dat werkt al sinds de dagen dat Socrates over de Agora zwierf het best…’

Wat? Wat zegt ie?

Het werd al weer rumoeriger.

‘ALS ik dit…’ Plotsklaps katapulteerde de blonde docent zich naar de eerste rij, greep de paardenstaart van een tuttig blond corpsmeisje beet en zette de beide opengesperde benen van de enorme schaar er in. De zaal was in één klap stil. Verlamd van collectieve schrik.

ALS ik zou knippen….Wat voor daad zou ik dan naar burgerlijk recht plegen?!’

Het paardenstaartenmeisje keek angstig omhoog, waar nog steeds de sperrende bek van de schaar aan de aanzet van heur haar gaapte.

‘Wat zou dat dan zijn?’ herhaalde hij vervaarlijk zijn vraag. Zij van de paardenstaart schudde dat ze het niet wist en was kennelijk bang dat dat uitblijvende antwoord de korte route naar een bobkapsel zou worden.

Een on-recht-matige-daad,’ zei die net benoemde lector Hans Nieuwenhuis. Weer lachte hij schalks, vooral met zijn neus, zoals alleen hij dat kon.

images6GJCXX9KDie jungle van een collegezaal daar in Tilburg 1980 was in één keer gevloerd, lag aan zijn voeten – zijn piste voor het overdragen van het burgerlijk recht was gebaand. En toen nam hij ons mee naar het oude Rome, Tilburg-West, Poolse vorsten, via Aristoteles’ klippen van de moraal terug naar Seneca, om vervolgens via de Holterberg, Orestes en Salomon te wervelen naar de ringen van Dante en uiteindelijk te landen in 17de eeuwse Hollandse rechtbanken. Wie op het magische tapijt van Hans mocht aanmonsteren, die vloog Duizend-en-een-nacht-lang door eeuwen intellectuele geschiedenis, door de beste boeken ooit geschreven, langs de mooiste verhalen ooit. Soms vlogen we via de slaapkamer van imagesH4LYSO1QMarcel Proust, en de raadkamergesprekken van Huib Drion, wel eens langs een leerstuk of een ander stukje recht, maar de zoektocht was niet begonnen om de regels van het recht. Je werd langs de eregalerij van menselijke wijsheid getroond, en het vallen-en-opstaan van de menselijke beschaving, die zo kwetsbaar en toch zo wezenlijk is. En zo liet hij, Hans, zien hoe het bij dat streven naar ons hogere zelf soms lukt met wikken en wegen, en het ingewikkelde hinkelspel rond de boom van goed en kwaad werkelijk ‘recht’ te doen.

Hans liet ons door het verhaal over het recht, het verhaal van het recht zien. Dat heeft in zichzelf eeuwigheidswaarde, al zal ik de verteller zelf, die sinds vorige week niet meer onder ons is, blijvend missen.

Dag Hans.

naamdfhsdba DFbDFBDSFloos

 

Posted in Algemeen | Tagged | 1 Comment

Spijkerbroekenmisbruik

Spijkerbroekenmisbruik.

Posted in Uncategorized | Leave a comment