Nèt niet

Einmal ist keinmal en nèt niet is helemaal niet. Maar niet iedereen ziet dat zo. Troost putten uit ‘net-aan’ (een vorm van ‘nèt niet’ waarmee je je toch nog wat van het gedroomde toe-eigent) is vooral in Nederland tot kunst verheven. Nèt geen wereldkampioen voetbal in Brazilië, maar, geen enkele wedstrijd verloren. En ook nog eens boven verwachting gespeeld. Net als het onvoltooide is het ‘nèt niet’ soms nog mooier dan de overwinning of het bereiken van het doel zelf. Die verloren voetbalfinales in 1974, 1978 en 2010: prachtig toch? We zaten er zo fijn bijna tegenaan. Zoals Hennie Kuiper ook in 1977 bijna tourwinnaar was. En Henk Grol bijna judokampioen, als er nou nèt niet…of Hilbert van der Duim, had er nèt niet een beetje vogelpoep… Nederland is een land waarin de tragiek en heroïek van het verliezen tot breed beoefende verhaalkunst is geworden. Waarschijnlijk onder invloed van Mart Smeets zijn we in Nederland best goed in sport, maar nog veel beter (wereldkampioen?) in kletsverhalen over sportleed en gemiste kansen.

Het is woensdagavond 21 juni 1978 – nu al weer zo ontzettend lang geleden. Een uur of half acht, schat ik. Nederland voetbalt op dit moment een wereldkampioenschap wedstrijd tegen Italië in Argentinië. Die wordt live op t.v. uitgezonden. Ik krijg daar niet veel van naamloowkargentienismee, want ik sta in een glimmende groene korte broek en een wit-groen singlet van atletiekvereniging DJA met een aantal andere pubers (B-junioren) achter de streep. Strepen, in dit geval op de verschillende banen, daar waar de start van de 800 meter is, op die nagelnieuwe tartanbaan van atletiekclub Thor in Roosendaal. Het is een van de eerste roodrubberen atletiekbanen in Nederland aangelegd op het Redband-sportpark. Een sensatie. Van heinde en ver komen atleten uit heel Nederland naar deze baan om er supertijden te lopen en persoonlijke records neer te zetten. Alles gaat sneller dan op de rode en zwarte sintelbanen waarop we anders met onze spikes moeten ploegen. Ja die spikes die baren me wel wat zorgen. Ze zijn veel te groot heb ik het idee. Ingesteld op het gebruik op de sintelbaan. En mijn knieeën. Het is ook niet goed met mijn knieën want ik heb de hele middag aardbeien zitten plukken. O, ja en ook mijn maag voelt maar zo, zo….houd ik mezelf allemaal voor om de teleurstelling van de hoge opkomst (er lopen zeker zo’n zestien jongens mee) een beetje voor te blijven. ‘Er is toch voetbal?’ Het zijn allemaal smoesjes op deze zwoele zomeravond met een heerlijke bries. In werkelijkheid voel ik me beresterk: zestien jaar oud en 62 kg – heb ik daarstraks nagewogen. In bloedvorm. Ik trainde de hele winter en rende veel korte crossen. Elke trainingsinspanning vertaalt zich in een spectaculair eindresultaat op die leeftijd. Prestaties schieten met reuzensprongen vooruit. Mijn benen voelen aan als straalmotoren. Op mijn club zien ze grote mogelijkheden voor me – ik liep al een keer een geweldige 800 meter, zo maar uit het niets. Vandaag voel ik me nog veel beter. Als het vandaag iets wordt, ga ik me nog meer op atletiek toeleggen. Je school kan je altijd nog later afmaken – zeker in 1978, zeker ik. Alberto Juantorena achterna, Sebastian Coe. naamljuantorenaoos Waarom niet? Er was wat nerveus gemurmel daarstraks bij het inlopen. Dat er scouts van de KNAU (de atletiekunie) rondlopen. Speciaal voor de 800 meter wedstrijd. Dat zou kunnen betekenen dat je geselecteerd wordt en op Papendal mag komen trainen.

Dribbel, dribbel, dribbel. Bij de 1500 meter-start staat iedereen altijd rustig naast elkaar, maar op de een of andere manier wordt er altijd geduwd bij de banen-start van de 800 meter. De starter heft zijn pistool en…kruitdamp: we zijn weg. Het gaat vanzelf en het gaat idioot hard. Wat loopt die tartan heerlijk. Bij elke stap word je gelanceerd, zo lijkt het. Ik nestel me in het voorste groepje van vier lopers. Na 300 meter zijn we los van de rest, zie ik bij het uitkomen van de bocht. En het gaat nog steeds vanzelf…Doorkomst 400 meter in 59 seconden! Frank de Hoon van DJA, die met me is meegekomen, gilt zich hees. Rustig!! Maar ik wil niet rustig. Een knul van Sprint Breda zet nog wat aan. Nu wordt het zwaarder. Ik laat hem gaan tot 30 meter voor het naamloos500-meter punt. Een jongen van Rotterdam atletiek zet de achtervolging in, maar komt niet ver. Het gat wordt niet groter dan een meter of vijf. Eerst nu  merk ik de lange slungel op die net achter me loopt. Een vent met een lange hangende onderkaak. Hij schuift naast me na 500 meter en lacht. Tussen de 500 en 600 meter moet ik mijn snelle start bekopen. Alles verzuurt, schuurt, ik krijg geen adem meer, mijn benen voelen als beton. De 800-meter kampioen Johnny Gray noemde de 800 meter niet voor niets de meest wrede en afschuwelijke van alle afstanden. ‘Vergelijk het,’ zei hij, ‘met een zwemwedstrijd waarbij je 400 meter op de top van je kunnen hebt gezwommen – zo hard als je kon – waarna iemand je dan de laatste 50 meter met je hoofd onder water duwt en dwingt voort te zwemmen.’ 800 meter is afschuwelijk. Atleten vallen nogal eens flauw na de finish, kunnen vaak niet meer op benen staan.

Bij mij lijkt er nog een reservekraantje open te kunnen, maar dan wel een heel klein roestig kraantje. We halen de Rotterdammer en die vent van Sprint rond vijftig meter voor 600-meter punt bij. Ik duizel, ik stik, ik ga zowat dood. Kom op!, schreeuw ik mezelf toe, kom op!! (al werkt er dan niks meer). Papendal! We lopen nu, net bijna bij het 600 meter punt, met zijn vieren voorop. Dan komt de lange slungel met die grote kaak me voorbij. Hellas atletiek uit Utrecht, zie ik op zijn singlet. Die komt van ver, denk ik. Hij lacht nog een keer zuinigjes, en……gaat er dan vandoor alsof wij stilstaan. Met schijnbaar gemak loopt hij ons drie er op de laatste honderden meters nog zowat 70 meter af. Ik word in de eindsprint nog door de Rotterdammer voorbijgegaan en of ik van die jongen van Sprint won, weet ik niet meer. Ik val na de finish om. Totaal kapot. Wel een PR met twee minuten en drie seconden, maar die vent uit Utrecht heeft 1 minuut 57 gelopen. Ongelooflijk. Er drommen mensen om hen heen. Zo te zien de scouts. Ik baal, ik zit er door heen. Heb geen zin meer in atletiek. Maar Frank de Hoon praat me er doorheen. Je moet doorgaan. Groot talent. Als je doortraint. Zal jij eens zien.Scan00;l05

Ik train nog een jaar lang door, maar ik verbeter geen seconde. Op het Beneluxkampioenschap, een half jaar later in Weert, ben ik zelfs veel slechter dan toen de avond in Roosendaal. Er zit geen progressie meer in. En het is zo’n afschuwelijke afstand. Wat je ook traint, die idiote pijn, die uitputting, die marteling blijft in 800 meterwedstrijden. Mensen zijn niet gebouwd om 800 meter te lopen. Als ik naar de zesde klas van de middelbare school ga, besluit ik echt met die zelfkwelling van het lopen te stoppen.

Ergens in 1980 zat ik televisie te kijken. Voor het eerst sinds tijden durfde ik weer te kijken naar baanatletiek. Start van de 800 meter van een of ander kampioenschap. Alleen al de aanblik van de baan deed zelfs na twee jaar nog het hart in mijn keel kloppen. Ik ruik kruitdamp na het startschot op t.v. Dan pas dringt alles echt goed tot me door. Hé die vent? Kijk nou wie d’r wint? Dat is die Utrechter, die lange slungel van 3 jaar geleden. Dat is – zegt de commentator – Rob Druppers. De grootste 800-meter kampioen die we ooit in Nederland zullen hebben. De Rob Druppers die er voor heeft gezorgd dat ik ben gaan studeren, en – voor me zelf onverwacht – carrière heb gemaakt in dat vak. Die er voor heeft gezorgd dat ik op mijn pootjes ben terechtgekomen (of niet, maar dan nog doet het er niet toe).

Maar vóór alles is dat de Rob Druppers van wie ik op 21 juni 1978 nèt niet heb gewonnen op de 800 meter omdat ik te lange spikes aan had en een ongehoorde pijn in mijn knieën.

naamlobfhaerfbos

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Persoonlijk and tagged , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Nèt niet

  1. maknapen says:

    Als jij 2.03 liep en je werd ingehaald door de ‘lange kaak’, dan liep die niet 2.56 maar 1.56… Verder heb ik het weer met veel plezier gelezen Wim! Groet, Michel

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s