Ontsnapping aan de grijze valinop

Soms moet het gewoon. Ook al is het onaf, ondoordacht, onzinnig, onzalig, of toch tenminste onverstandig. Toch doen. Gewoon omdat het moet.

Jongens zijn we in 1984, en we vinden onszelf aardige jongens, waarschijnlijk omdat we dat ook zijn. Het is al juli, en het begint nu toch wel te dringen, want in augustus treden we op. Dat staat vast. Waarmee en hoe dat weten we nog niet. Wel dat het 11 en 12 augustus zal zijn. Tijdens Autour de Vincent. Het festival van toeval en cultuur in ons geboortedorp. Ooit is het begonnen als een braderie met klompendraaiers, kunstsmid en midwinterhoornblazers in kleurige kramen rondom Zadkines beeld van de broers Van Gogh. De laatste jaren heeft het meer allure gekregen. Er zijn nu ook kunstexposities, manifestaties, van allerlei voorstellingen, straattoneel, een paar goeie rockbands en wij dan natuurlijk, al weten we nog niet helemaal hoe.

Wat trouwens ook niet helpt is dat we geen enkele ervaring hebben met wat dan ook. Ja Victor is een keer gaan repeteren bij die symfonische rockband in Oosterhout. Hij zou op de keyboard. Geen succes. Ze konden het niet eens worden over de muzikale richting, zei hij toen hij terug kwam. En daarna nooit meer een woord erover.

Eind juli al bijna. Hoe verder? De Olympische Spelen worden geopend in Los Angeles. We zitten in het voorkamertje bij de ouders van Victor. Hij pielt wat op het elektronische kerkorgel en geeft de zijkant van het dubbele klavier als gewoonlijk een dreun met de palm van zijn hand waarna het een enorme galm produceert. Maar natuurlijk! We laten ons door de festivalmenigte rondtrekken op een grote, platte kar die als rijdend podium dienst doet. En we voeren dan op een theatrale manier gedichten op! Dat we dat niet eerder zagen. Performance poets. Die zijn op dat moment erg in. Ton Lebbink met zijn eeuwige Voetbalknieën. Jules Deelder, die net weer terug is van zowat eeuwig weg geweest. Johnny van Doorn. Tuurlijk. Een mooie beat onder een simpele tekst en die dan voordragen. Eigenlijk een soort voorganger van de hip hop, maar dat bestond in 1984 nog niet. Ja, zus en zo, zo moet het.

Victor heeft al het een en ander liggen, maar ik moet nog serieus aan de bak om wat te bedenken. Het valt niet mee en het resultaat is niet goed. Maar enfin, het komt uit een goed hart en als het maar met overtuiging wordt gebracht. Victor’s teksten zijn wel aardig, zij het wat abstract. Mijn rijmpjes zorgen voor wat tegenwicht zodat er een soort van balans ontstaat. We zijn ineens een en al koorts. We laten een boekje maken van de gedichten (‘Afvoer van de warboel’). We schilderen ons rijdende podium, we oefenen onze theatrale voordracht (we leren al onze teksten uit het hoofd en brengen ze ten gehore met veel weidse gebaren) en Victor zet er muziek onder. Goeie ritmische muziek, zoals Chant no. 1 van Spandau Ballet (instrumentele flip-side). Daarop brengen we Victor’s Identiteitscrisis-rap ten gehore. Klinkt geweldig. O, ja en we hebben ook een gettoblaster nodig om die muziek op af te draaien. En een buks als attribuut voor het Eerste Wereldoorlog gedicht. Ineens blijken heel veel logistieke horden nog genomen te moeten worden, want we hebben ook de organisatie van het hele programma voor de poëzietent op ons genomen, maar we schrikken nergens voor terug.

Op 12 augustus 1984, 13.30, rijden we op een platte kar door de Autour de Vincent-menigte in de richting van de poëzietent die achter op het festivalterrein is opgetrokken. We gaan tekeer, we gesticuleren, we gooien de tekst er met overtuiging uit. Er gebeurt wel degelijk iets. Er zijn verbaasde blikken, er zijn spottende tuitlippen en veel welwillend ‘je-ne-sais-quoi’. De performance is nogal eens onverstaanbaar vanwege het verwaaien van de woorden in de ruimte, daardoor ook wat onvast soms. Het was zeker niet echt goed en toch ten minste onverstandig. Maar dat deed er allemaal niet toe: het moest.

We kregen nooit een platencontract, en ook geen uitnodiging voor het boekenbal. Wel hebben we nog drie jaar lang in kleine zaaltjes van overgesubsidieerde jeugdhonken opgetreden, een enkele keer in vestzaktheaters, en op wat openluchtfestivals. Meestal voor een habbekrats en voor weinig publiek. Al kregen we de act beter onder de knie, en leerden we het publiek ‘beet te pakken’, al met al overtuigde het uiteindelijk, denk ik, niet. Maar toch vooral onszelf niet. Het hinkte op teveel gedachtenflarden, struikelde over geestdrift, maar wist ons niet over de streep te trekken om er extra in te investeren, om er iets geweldigs van te maken. We maakten ook nauwelijks iets nieuws, we doofden uit en besloten allebei iets anders te gaan doen. Er zat geen toekomst in optreden met gedichten, en wachten op de hiphoprage tien jaar later, daar hadden we geen zin in. Ondertussen hadden we toch maar mooi gedaan wat gedaan moest worden, en zouden we voor altijd op 1-0 voorsprong blijven staan op ‘had-ik-maar’.

Augustus 2012

‘Dit ganse leven is één netoglop,

iedereen tracht zijn eigen froot te vinden,

maar mensen zijn fitulen op de winden,

ach, geen ontsnapt de grijze valinop.’

Uit: Han. G. Hoekstra, De grijze valinop

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Boeken, Persoonlijk and tagged , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s