Overleven in verscheidenheid

untvdabvswfbsfbsdbitled‘Een waagstuk’, zo noemde Henk te Velde – hoogleraar geschiedenis Universiteit Leiden en lid van het organisatiecomité – de slotbijeenkomst van de viering 200 jaar Koninkrijk. En dat was het natuurlijk ook. 2 Jaar lang al zijn we aan het jarige koninkrijk aan het vieren en wat voor slotakkoord moet je dan nog bedenken? Eenheid in verscheidenheid. Ik vond het goed verzonnen en feestelijk, al is nu eenheid niet het eerste waaraan ik denk als het erom om gaat onze politieke cultuur te duiden. ‘Overleven in verscheidenheid’ zou volgens mij treffender en zeker realistischer zijn geweest, al klinkt dat natuurlijk veel zuurder en zou zeker niet hebben gepast bij het majesteitelijke publiek daar aan de Amstel bij de Magere brug. Dieimbadfbadfbadfbadfbadfvbages duiding heeft niets van doen met somberen of pessimisme, maar onze politieke cultuur zit al eeuwen in elkaar. Ik ontleen deze wijsheid aan Alan Bikk die in 2007een mooi stuk schreef getiteld ‘Tolerance as Value-Neutrality In the Seventeenth Century Dutch Republic’. Hij maakt duidelijk dat de veelgeprezen tolerantie uit de 17de en 18de eeuw in Nederland in wezen rustte op twee ogenschijnlijk aan elkaar tegengestelde karaktertrekken van het systeem van de Republiek der Verenigde Nederlanden: non-acceptatie en niet-vervolging. In tegenstelling tot wat we tegenwoordig graag geloven, gingen de vele geloofsminderheden uit de 17de en 18de eeuw niet respectvol of wederzijds begrijpend met elkaar om, in tegendeel, maatschappelijk tolereerden ze elkaar niet tot nauwelijks – er werd niet onderling getrouwd, samen ter school of ter kerke gegaan, en al helemaal weinig redelijk gedebatteerd. Alleen omdat het land van minderheden aan elkaar hing werden andersgelovigen of andere gezindten niet vervolgd, volgens de praktische wijsheid; heden ik, morgen gij. ‘Praktische tolerantie’ noemt Bikk dat. Eigenlijk een land dat politiek en maatschappelijk gesproken één grote LAT-relatie untidfhehehqehqetledmet elkaar onderhoudt. Een raadselachtige eigenschap waar ook Jonathan Israel in zijn magistrale The Dutch Republic: Its Rise, Greatness and Fall, 1477-1806 uit 1998 op wijst. Een ongemakkelijke trek ook.

Want wie is daar nou trots op?

Dat we elkaar maar een beetje nemen zoals we zijn, niet vanuit empathie en doorleefd respect, maar vanuit praktische noodzaak, omdat het gewoon niet anders kan. Al horen we dat liever niet, waarschijnlijk heeft juist die cultuur ons de afscheiding van Spanje gebracht en ook de verzuiling in de 19de en 20ste eeuw. Wellicht dat de viering van de eerste eeuw van het Koninkrijk in 1914 daarom ook zo lauwtjes was. Wat dan zijn we ten diepste: een land van splinters en scherfstukken, een land met 16 fracties op 150 zetels en 11 op 75, een land dat eigenlijk niet kan.

Tenminste…het kan zolang dat land zich maar niet bekent tot één richting of één idee. Vandaar dat ik na alle vertoon van eenheid nu, al weer wat geruster, me opmaak voor de viering van de aankomende eeuw van verscheidenheid. Dat is niets om je voor te schamen.

AYGg14FR-dFXkN-2-JGnuAIsRLOYGOy-t7EwblrOMtY

Gepubliceerd in: SC nummer 16, dinsdag 13 oktober 2015, p. 6

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s