De tik

Mijn oma kon in één keer een appeltje schillen. In een vloeiende beweging kwam de schil er in een lange krullende spiraal af. Nooit brak de schillenslinger, nooit hoefde ze een keer extra op de appel aan te zetten. Was ze klaar dan sneed ze de appel – van de boom in de tuin – in kleine partjes en bood iedereen een stukje aan op de rand van het mes. Het grootste gedeelte van het klokhuis bleef er in zitten. En ook een bruin plekje hier en daar, of een stukje bruine doortocht van een worm had je maar voor lief te nemen. Er werd niks eetbaars weggegooid. En die schil dan? Nou die ging in het biezen mandje en was straks voor de varkens.

Ook nu weer draaide er een appeltje door haar vingers, maar waar ze normaal na het avondeten, rond de platte buis gezeten, vrolijk met zijn zessen kwetterden (zeven nu ik logeerde) was het vandaag stil. Geladen stil. De appelpartjes werden zonder een woord rondgedeeld en weg geknaagd. Als om het er nog eens extra in wrijven, snikte ik nog eens diep en haalde mijn mouw over mijn betraande ogen. Ik voelde er al lang niks meer van, maar ik verlengde zo wel mijn slachtofferschap dat zoveel effect had. Elke keer als het lukte mijn ogen weer met tranen te vullen (door bijvoorbeeld heel hard terug te denken aan het incident, of aan die ene aflevering van Lassie, of mijn open knie van weken geleden) vuurden de ogen van mijn tante Riet en ook oma die rondom de platte buis zaten dodelijke beschuldigende blikken richting mijn opa af. Die wist er zich geen raad mee, voelde zich kennelijk ongemakkelijk. Van de weeromstuit vergat hij zelfs pruimtabak te nemen, zoals hij altijd deed, maar pakte direct de rozenkrans en begon: ‘Weeees ggroet Mrria.’ Alle zeven rond de platte buis vouwden hun handen en volgden hem in de mompelende mantra. Om de tien Weesgegroet een onze vader. Een hele zit, want zo’n rozenkrans duurde eindeloos. Ik snikte nog een keer uitdrukkelijk. Nee, de sfeer was grondig verpest.

Ze hadden hem natuurlijk ook niet zo tegen zijn zin mee moeten slepen naar Breda vanmorgen. Hij was geen man voor winkelen. Kwam zowat uit een andere eeuw: geboren 1901. Toen waren er – voor zover hij wist – geen winkels. En ook geen auto’s, geen elektriciteit, geen flauwe kul. Als je nieuwe kleren nodig had dan hingen die ‘s avonds aan de deur. Die had je moeder of je vrouw voor je gekocht bij een colporteur of ergens in het dorp. Een echte vent bemoeide zich niet met kledingkeuze. Dat had niks met machogedrag te maken, maar met focus. Een man behoorde zich – in de wereld van mijn grootvader – louter te richten wat er werkelijk toe deed: het voeden en opvoeden van zijn gezin. Dat was moeilijk genoeg op de kleine zelfvoorzienende boerderijen in deze streek. Meer dan een dagtaak. Afleiding kon afbreuk betekenen. Volgens die tijdgeest waren karaktereigenschappen en overlevingskansen nauw met elkaar verbonden. Een man, in de ogen van mijn opa, die was karaktersterk, taai en onverzettelijk. Die vroeg niets voor zichzelf, die deed alles wat nodig was voor zijn gezin, zonder zaniken. De laatste linie. En om dat mij, zijn oudste kleinzoon, duidelijk te maken, zei die niet veel, maar liet hij vooral zijn daden spreken. Pakte met zijn blote handen de schrikdraad vast – waar met tussenpozen stroom doorheen werd gejaagd – sprong hij zomaar op de rug van een paard waar ik bang voor was, liet zich in zijn onderarm bijten door een hond die wild blaffend vanaf een erf op ons afkwam. Worstelend slingerde hij het beest, dat mij bijna te pakken had gehad, vastgebeten in zijn onderarm zo met een grote boog de sloot in.

‘Doet het pijn opa?’

‘Tis maar een fetske…’ O&O-mensen: onverschrokken en opofferingsgezind. En mannen die wel er graag mooi bijliepen in chique kleren, dat waren ‘fielten’. Het was bovendien, maar misschien ook vooral niet echt katholiek: modieuze mannen.

We konden er maar net in, in de Peugeot van oom Jos, die had aangeboden te rijden. Oma, tante Riet, tante Mien, tante Joke, opa en ik. En natuurlijk Jos achter het stuur. Terwijl de rest elkaar verbaal vlooide en daarbij veel kabaal maakte gedurende de hele rit, zei opa niks. Chagrijnig zat hij er bij. Zijn armen over elkaar op de achterbank in een soort stil protest. Ik zat bij tante Mien op schoot, en het werd al gauw benauwd. Het was in 1967 toch altijd nog een rit van zeker veertig minuten naar het centrum van Breda, een van de eerste keren dat ik een stad bezocht, zes jaar oud. Na moeizaam inparkeren (te weinig parkeerruimte volgens oom Jos, maar de rest wist wel beter), rolden we uit de auto naar de winkels. De tantes en oma waren erg opgewonden. Dit deden ze niet vaak en ze keken hun ogen uit. Peek en Cloppenburg was zo verschrikkelijk groot dat ze het bijna niet konden geloven. Maar liefst twee etages (en een roltrap waar ik eerst niet op durfde). De vrouwen trokken aan de kleren in de rekken met hun ene vrije hand, want aan de andere bungelde steevast hun beugeltas. Keken kritisch en vaak afkeurend, legde shawls bij elkaar over de schouder en waren steeds bezig suggesties voor de ander te doen (iets voor jezelf kiezen kon eigenlijk niet zomaar).

Nou ja, eerst was het nog leuk, maar na een half uur verveelde ik me dood, en bij opa stond zijn gezicht op onweer. ‘Voor ons vader zouden we eigenlijk het best naar de V&D kunnen gaan,’ opperde tante Mien, die na meer dan een half uur nog niks voor zichzelf had weten te scoren. ‘Ik moet eigenlijk de kippen nog voeren,’ zei opa onwillig, ‘we halen die pet wel bij Van der Vorst als die weer eens langs komt met de wagen’. Het was zijn eerste zin van de hele middag, maar die werd verkeerd uitgelegd: als zou hij eindelijk wat inschikkelijk zijn geworden.

Je had toen nog een pettenafdeling bij V&D, op de tweede verdieping. Ik had er geen zin meer in want ik was bij Peek en Cloppenburg al dertig keer over die roltrap geweest en nu hondsmoe. ‘Ik wil naar huis’.

‘Ja,’zei opa, ‘laten we op huis aan gaan.’ Ook oom Jos scheen er wel voor de te voelen. Er dreigde een patstelling ,want er waren nu drie vrouwen die door wilden en drie (nou ja toch in ieder geval twee) mannen die met hun hoofd naar huis stonden. Nu was het wel zo dat de ware aanvoerster van het stel, mijn oma, in het kamp van de doorzetters zat, maar ze vonden het toch nodig op een diplomatieke tussenoplossing aan te sturen. Misschien konden ze mij, zes jaar nog maar, verleiden over te lopen naar hun kamp en er zo nog een paar winkeluren aan vast knopen. ‘Er is een speelgoedafdeling hier,’ zei oma. Woorden waar ze al snel spijt van kreeg.

Ze waren niet gewend aan een kind uit het consumententijdperk. Ik rende als een bezetene rond in het Walhalla van de V&D speelgoedafdeling. Er waren bouwsystemen, speelgoedgeweren met echte klappers, en een echte helikopter die je kon laten vliegen door hem op een katrol met een handvat te zetten en dan een ruk aan een koord te geven. ‘Die wil ik,’ zei ik beslist. Ze keken even naar de prijs, sloegen een hand voor de mond. ‘Nee, dat kan niet.’

En ze gingen naar de pettenafdeling. ‘Ja maar,’ liep ik ze achterna, ‘ik wil die helikopter héél erg graag.’ Ik zaagde zolang tot ze geen antwoord meer gaven. En toen herhaalde ik het keer op keer. De verkoper op de pettenafdeling keek er van op. ‘Zeurt hij altijd zo?’ vroeg hij aan mijn oom Jos. ‘Dat weet ik niet,’ zei die naar waarheid. Er volgde een verbaasde blik.

‘En wat voor soort hoed of pet zocht u dan?’ vroeg de verkoper aan mijn opa. Die gaf geen antwoord. ‘Een beetje een zondagse pet,’ vulde oma in.

‘Wat draag hij er altijd bij?’ wilde de verkoper, die een aanstellerige strik droeg, weten.

Er kwam een heel gesprek op gang waarbij opa in de derde persoon over tafel ging.

‘Een ruitje’,  meende mijn oma.

‘En wat is zijn maat?’

‘Zweet hij veel?’

‘Ik weet zeker dat een mooi licht pak en een wit overhemd eronder hem veel jeugdiger zouden kunnen doen lijken, mevrouw. Dat haalt hem zeker op.’

Opa zijn gezicht vertrok nu zowat van de weerzin en kwaaiigheid. Hij jong lijken? Zijn hele leven had ie zijn best gedaan gestreng en gezaghebbend over te komen. Jong? Waar had die fielt het over?

‘Ik wil echt een helikopter…Ik vind hem zo mooi.’

‘En nou is het afgelopen, nou houd je stil!’ brieste opa ineens.

Iedereen schrok ervan.

‘Tja’, zei de verkoper onverstoord tegen mijn oma, ‘als ik hem zo zie, dan zou ik toch een wat donkerder pet nemen. Een expressief gezicht komt dan toch beter uit.’

Getergd tot op het bot liet opa zich dan toch maar de pet aanmeten. Nu hij vorig jaar officieel bejaard was geworden, was alles zo anders geworden. Leek zijn gezag als gezinshoofd tanende, zo niet zowat verdwenen. De kinderen waren bijna allemaal de deur uit en oma leek officieus –  namens hem – de wapenstilstand te hebben getekend in de strijd om het bestaan. Voor het eerst in hun leven kregen ze maandelijks zo maar een bedrag waar je niks voor hoefde te doen. Nou ja, niks. Hij moest zich wel schikken in de nieuwe verhoudingen die het meebracht. Mee gaan winkelen, petten passen en dat soort flauwekul. Je vroeg je af of dat het allemaal wel waard was. En al was er dan met die AOW veel veranderd, een man met kinderen die voor zichzelf ging winkelen, dat was niet goed, dat was nog steeds, en dat zou ook nooit veranderen, niet katholiek.

Nieuwe zorgen, vanwege die zorgeloosheid. Wat moest hij bijvoorbeeld met mij aan? Ik die in mijn DNA zijn boodschappenlijstje had zitten. Maar het zag er naar uit dat flinke delen van dat lijstje niet uitgelezen zouden worden. Hoe leert zo’n jongen ooit de kunst van overleven als hij alleen maar van hebben-hebben is? Hij was al weer in peilloze somberheid teruggezonken toen tante Mien en oma, net voordat we opbraken, terug kwamen van de speelgoedafdeling. Met een klein kartonnen vliegtuigje dat je van een elastiek aan de stokje af kon schieten. ‘Maar ik wilde die helikopter,’ dreinde ik. Ze wisten niet wat te zeggen.

Onderweg terug naar huis hadden de tantes en oma hun best gedaan de sfeer er in te houden door opa’s pet – een hele mooie vonden ze –  aan te prijzen en er vooral een punt van de te maken dat je zoiets toch alleen in de stad kon kopen. Slim als ze waren sprokkelden stukjes klein gelijk bij elkaar die, tezamen straks gevoegd tot  groot gelijk, toekomstige excursies naar Breda zouden rechtvaardigen. Ik snikte achter in de auto. ‘Ik wilde die helikopter!’

‘Jeeeezus.’ Iedereen dacht het, maar niemand durfde het te zeggen.

Eenmaal weer thuis vlogen de deuren open en rolden we uit de auto op het erf. Het was zo heet in die auto geweest. En terwijl de tantes hun jurken rechttrokken en opa als laatste van de achterbank kwam, spande ik de elastiek van het vliegtuigje en schoot, zo dwars door de glazen ruiten van het kippenhok op het erf. Het glas rammelde en de kippen maakten een hels kabaal. Iedereen schrok geweldig en opa, die knapte. Die pakte zijn nieuwe pet en gaf me er eenxa0 flinke tik mee op mijn hoofd.

‘Aauw!’ Ik kreeg de drukknop die de klep met de bovenkant van de pet verbond tegen mijn oor.

Oma vloog op opa af en pakte de pet af. ‘Vader!!’ Haar ogen spoten vuur.

Ik weet het niet hoor. Vorig jaar werd een Italiaanse politicus drie dagen lang in een Zweedse cel gesloten omdat hij zijn twaalfjarige zoon, die niet wilde luisteren en enorme misbaar maakte net buiten een restaurant, een paar tikken rond zijn oren had gegeven. En dat mag niet in Zweden, zelfs een corrigerende tik is daar strafbaar. Dat gaat me wat ver. Kijk nou naar mijn geval en zeg nou eerlijk? Ik had die tik toch verdiend, niet dan? Natuurlijk is het altijd een grijs gebied, want waar houdt corrigeren op en waar begint mishandeling. Helemaal mee eens. Maar toch is het strafrecht hier niet het geëigende middel volgens mij. Dat lost in dergelijke situaties niet veel op. De vrouwelijke raad die over mijn opa oordeelde in de dagen erna zorgde er in ieder geval voor dat het nooit weer gebeurde. Daar had geen strafrechter tegen op gekund.

Wim Voermans, 2012

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Persoonlijk and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s