Politieke wil belangrijker dan formatieopdracht

De huidige kabinetsformatie blijft verbazen. De bestaande spelregels – ongeschreven en soms ongewis – worden veranderd terwijl we naar het spel zitten te kijken. Een minderheidskabinet wordt ‘bijzonder meerderheidskabinet’, er wordt dooronderhandeld na advisering aan de Koningin en er worden door het staatshoofd pauzerondes ingelast. En nu dan de bijzondere positie van de onder druk gezette, weerspanninge CDA-Kamerleden Ad Koppejan en Kathleen Ferrier. Wat gebeurt er als zij, alles afwegende en gehoord het mogelijk positieve CDA-congres, toch besluiten dat ze het bereikte akkoorden steunen? Bstaan er voor zo’situatie staatsrechtelijke regels? Vooropgesteld: de wijze waarop deze twee kamerleden onder druk worden gezet is bizar. Afgesproken was toch dat eerst de CDA-fractie zich over de ontwerpakkoorden zou buigen en dat daarna bij groen licht,zou je zo denken, het congres zou worden geconsulteerd? En nu? Het partijbestuur geeft nog voordat de CDA-fractie heeft besloten over de akkoorden al te kennen zelf akkoord te zijn. Bijna acht uur later komt het bericht dat de CDA-fractie, omdat ze geen overeenstemming kunnen bereiken, de akkoorden dan maar voorlegt aan het congres. Ferrier, Koppejan, Klink, een leger weggezette ‘mastodonten’, iedereen, zo lijkt het wel, die waagt het bereikte resultaat ter discussie te stellen, wordt gemangeld.

Maar wat nu als Koppejan en Ferrier toch voet bij stuk houden na het congres? Dan wordt het voor de gedoogde minderheidscoalitie lastig. Noch de CDA-fractie nog de CDA partij kunnen de beide kamerleden dwingen hun kamerzetel op te geven. Onze Grondwet kent alleen maar Tweede Kamerleden, geen fracties. En die leden stemmen zonder last volgens artikel 67 van diezelfde Grondwet. Dat verbod van last staat er niet aan in de weg dat partijen of fracties van een aanstaand kamerlid of zittend kamerlid kunnen verlangen zich te houden aan het partijprogramma of fractieafspraken Het betekent alleen dat die afspraken niet juridisch afgedwongen kunnen worden. Zelfs al heeft een kamerlid een verklaring ondertekend zich naar de partij- of fractielijn te conformeren, dan zal de rechter in Nederland in een geding zo’n overeenkomst nietig achten. In een zaak uit 1985 oordeelde de Hoge Raad een dergelijke afspraak al eens nietig wegens strijd met het verbod van last (het vrije mandaat).
Mochten Koppejan en Ferrier het been stijf houden – het CDA-congres, noch de fractie kan ze juridisch dwingen – dan kunnen ze wel uit de CDA-fractie worden gezet. Dat gebeurde al een paar keer eerder in onze parlementaire geschiedenis. Rita Verdonk is een recent voorbeeld. Wat echter ook kan is dat Koppejan en Ferrier in de fractie blijven en zich – zonder zich geheel aan de akkoorden te committeren – zich in hoofdlijnen loyaal opstellen ten opzichte van het kabinetsbeleid van Rutte-Verhagen. Dat is ook al een paar keer voorgekomen (tussen 1977 en 1981 kende het CDA-VVD kabinet Van Agt-Wiegel maar liefst 7 loyalisten) en hoeft niet tot instabiliteit of een vroegtijdige val van het kabinet te leiden. Meestal trekken dergelijke loyalisten, wanneer het kabinet door hun minderheidspositie dreigt te vallen, wel een been bij in het landsbelang. Dat leert tenminste de naoorlogse geschiedenis. De CDA-fractie en het CDA-congres doen er daarom ook goed aan op goede voet met de dissidenten te blijven. Dat kan voor het kabinet op termijn beslissend zijn.

En wat moet Opstelten aan de Koningin gaan zeggen als het CDA-congres zaterdag wel instemt met de akkoorden en Ferrier en Koppjean (en wellicht nog meer fractieleden) daarin niet mee kunnen gaan? In technische zin is dan zijn opdracht mislukt, zo zou je met Ab Klink (bij Pauw en Witteman op 29 september) kunnen beweren. Opstelten was immers op pad gestuurd om de mogelijkheden te onderzoeken voor een kabinet en een programma dat kon rekenen op een ‘vruchtbare samenwerking’ met de Staten-Generaal. Als geen kamermeerderheid zich achter de akkoorden schaart, is geen sprake van vruchtbare samenwerking. Echter de politieke feiten (en wil) zijn hier belangrijker dan de tekst van de opdracht. Het aanstaande kabinet Rutten-Verhagen kan besluiten het risico aan te gaan en er op mikken dat bij omstreden dossiers andere meerderheden op te rapen zijn in de Tweede Kamer. De SGP zou bijvoorbeeld sommige gaten kunnen vullen. Riskant is het natuurlijk wel, maar als ze het willen, kan de Koningin ze daar niet van weerhouden. Daarmee zou ze teveel in politiek vaarwater komen. En als ze het zou doen, riskeert ze na nog weer een ronde, dat de uitkomst hetzelfde is en de discussie zich louter op haar positie concentreert. Geen aantrekkelijke optie. Kort en goed: de staatsrechtelijke regels beschermen dissidente kamerleden, maar kunnen een minderheidskabinet niet stuiten. En  wat ze – helaas – ook niet kunnen is elementair politiek fatsoen bijbrengen.

Gepubliceerd in de Volkskrant 1 oktober 2010

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/1025865/2010/10/01/Politieke-wil-belangrijker-dan-formatieopdracht.dhtml

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Politiek and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s