Echo

untiwqefgwtledJe kunt het natuurlijk ook te gek maken, met je engagement.

Dat deed Van Gruis. Die ene dinsdagmiddag in november – grijs en treurig weer buiten, schemerdonker al om drie uur ’s middags – was het weer eens raak.

Hij had zich nog even ingehouden. Tuurde een moment lang naar de knokkels van zijn gebalde, tegen zijn mond gezette vuist. Verbeet zich. Maar terwijl Monique voorlas begon hij te rommelen als een vulkaan, te sissen als een geiser. Zijn tanden knarsten op zijn pijp, die driftig heen en weer bewoog tussen zijn samengeknepen lippen.

Wij aan de andere kant van de lessenaar – in een modern carré rond deze geliefde, maar zo temperamentvolle Latijnse leraar Van Gruis gezeten – zijn klas 6c van het ongedeelde VWO Spinoza. Het is 1979. We lezen Ovidius om ons voor te bereiden op het centraal examen dat over een paar maanden voor de deur staat. We lezen Metamorfosen, we lezen het verhaal van Narcissus en Echo. Van die ijdele puber die geen oog heeft voor dat moederkloekje van een nimf, Echo. Hopeloze liefde beantwoordt met lompe afwijzing. ‘Hell has no fury like a woman scorned’. Zeker. Ze neemt Narcissus te grazen bij een bron waarin die hij zijn eigen weerspiegeling ziet, en verliefd op zichzelf, zich niet meer los weet te rukken van zijn eigen beeltenis. Hij blijft er in – versteend.untisdgghnastled

Dat weet ik nu, maar dat was nog niet zo gemakkelijk uit de Latijnse tekst van Ovidius te halen. Veel te hoog gegrepen als oefening. Maar we moesten het vertalen en dan de andere dag het resultaat voor de hele groep voorlezen. En al die anderen die het niet overschreven van Latijntopper Raymond Nuyten – zoals ik en nog een paar anderen – moesten dat helemaal op eigen kracht doen.

Monique Koller bijvoorbeeld. En die kon er inderdaad niks van.

Bij het begin van haar derde zin knapte Van Gruis. Met een wilde trap schopte hij zijn stoel achter zich uit. Met een knal belandde het ding tegen het bord. De klas bevroor als Narcissus zelf. Getergd veerde hij overeind. En kleine aarzeling nog, maar daarna ging hij helemaal los.

‘Het lijkt…, het lijkt helemaal nergens naar…Net gemorste melk!’, gilde hij het uit. ‘Over een half jaar hebben schriftelijk eindexamen…Monique!! Dit is,….,dit is… dit is om godverdomme helemaal knettergek van te worden!!’

Weer trapte hij tegen zijn stoel en pakte daarop met beide handen in het haar. Radeloos, wanhopig. En dat alleen Monique de ablativus absolutus in het stukje tekst dat ze moest vertalen niet had herkend. En hoe erg was dat nou eenmaal tussen al die andere dingen die Monique ook niet herkende of wist thuis te brengen?

brilZe kromp in elkaar onder het gebulder en tuurde naar haar schriftje. Vermeed alle oogcon- tact. 17 Jaar oud nog maar en nu al een beetje een oude vrijster. Ouwelijk gekleed, gewatergolfd haar. En dan die ongelooflijk te grote bril. Iedereen in de klas was stil. Slingerend tussen – het door mij niet begrepen – mededogen voor hun Latijnse mentor, die alleen maar uit liefde voor hen, uit passie voor dit vak, zo tekeer ging. En ook een beetje angstig stil in afwachting van wat komen ging. Geladen stilte.

Nee, ik begreep het niet, maar ik zat er ook nog maar twee jaar tussen. In dit gezelschap was ik de ‘homo novus’. Dit clubje zat al vijf jaar bij elkaar in de klas. Al vijf jaar hadden ze Latijn van deze man. Maar waarom toch pikte deze zelfbewuste, ‘kritiese’, zesde klas VWO, vol sjofele, langharige types (de laatste lichting protestgeneratie die Nederland voortbracht) dit schoolmeesterlijke getier? Als frisdrank in de kantine 5 cent duurder werd bezetten ze met zijn allen de school. Waarom? Geen idee. Waarschijnlijk omdat je in vijf jaar met elkaar vergroeit. Je dat soort tirannieke vaderlijkheid dan aanvaardt als vanzelfsprekendheid. Stockholmsyndroom wellicht?

Van Gruis plantte zijn vuisten diep in de zakken van zijn beige corduroy broek en liep naar het raam. Hoofdschuddend, gnuivend keek hij naar buiten en verbeet een tweede woede- aanval op het mondstuk van zijn pijp. Zijn angst dat als veel leerlingen van deze groep zouden zakken voor het eindexamen, het vak Latijn op de tocht zou komen staan. Het was en bleef immers een VWO, Spinoza. Latijn zat er niet spijkervast, al evenmin als Van Gruis.

Op dat punt voelde ik ook wel een beetje mee met de zorgen van de man. Een knappe kerel om te zien, hoor, zeker. Lang, vrij jong, smaakvol gekleed. Nog goed in zijn haren. Wist je niet beter dan zou je zeggen dat hij vrolijke ogen had. Ogen die de mond van de vulkaan daarbinnen verhulden.

Hij vermande zich en draaide zich om.

‘Nou, kom op Monique!’ ‘Sic hanc, sic alias undis aut montibus ortas luserat hic nymphas,’….’ Wat betekent dat?

Monique keek niet meer op van haar schrift. Ze had er niks mee, met dat verhaal van Narcissus en Echo uit die onbegrijpelijke Metamorfosen van Ovidius. En ze wist al helemaal niet wat ze volgend jaar wilde gaan doen. Zakken was misschien niet eens zo slecht nog niet.

‘Zoals dat,’ aarzelde Monique, ‘zoals andere golven of bergen (…) die nimfen uitwijken…..’

Van Gruis balde zijn vuisten en slaakte een wanhoopskreet. ‘Denk je wel na bij wat je opschrijft!…Dat is toch geen tekst! Hoe kunnen nou sodeju bergen nimfen uitwijken? Zit er verdomme Brintapap in je hoofd!?…’

‘Ga door….!!’

Maar Monique ging niet door. Vanachter haar enorme brillenglazen drupte een traan op haar schriftje. Een mal, modieus roze schriftje dat ze had gekocht bij de V&D in augustus, omdat ze er ook een beetje bij wilde horen. Omdat het zo stil was klonk de vallende traan als een tikje van een breinaald op papier. Ze snikte niet, ze huilde niet, alleen die druppel die op het papier viel. En die monsterlijke brillenglazen die bewasemden vanwege het vocht.

Meelij. Iedereen had meelij. Met Monique, met Van Gruis want niemand kon kwaad worden op Van Gruis. Hij bedoelde het immers goed.

Enfin. Die Narcissus was zo gek nog niet. ´Aldus ontliep hij haar, ontliep hij ook andere nimfen die bij bos en water wonen, ook, als knaap, verliefde mannen,´ En zo was het maar net.

We haalden allemaal een voldoende voor Latijn zes maanden later bij het centraal schriftelijk. Zo goed was hij dan ook weer wel. Maar er was toch dat bijsmaakje. Die zoute druppel op dat schriftje. Voor altijd de smaak en klank van Latijn.

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Persoonlijk and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s