Studeren is topsport

Hij is kennelijk nerveus, pulkt wat aan zijn pakje Marlboro, en biedt er me een aan. ‘Nee’, roken mag hier niet.

‘O.’

Het is, vanwege die grote raampartijen, warm in de hal van de juridische faculteit waar we in een hoek aan een tafel tegenover elkaar zitten. Nog volop zon, zo laat in het seizoen. Daar maar niet over beginnen, denk ik, het weer. Daar komt ie niet voor.

Minder goeiige ogen en vermoeider dan ik me uit die clip van ‘Het is een nacht’ herinner. Maar hij is volgens mij nog maar net uit bed en zit ook recht in de zon te kijken. Witte complexie, een beetje te dik, met een corporaal hoornbrilletje. En hij zweet een beetje.

Het is 15 september 1995 en ik zit tegenover Guus Meeuwis.

Dat komt zo. Guus is sinds een jaar of wat ingeschreven als student rechtsgeleerdheid aan de Katholieke Universiteit Brabant, waar ik op dat ogenblik doceer. Het gaat niet goed met zijn studie. Ook hier haalt hij maar weinig vakken, en dat nadat hij al op andere plekken waar hij studeerde (o.a. Nyenrode) niet erg succesvol was. Nou ja, alles is relatief. Sinds hij vorig jaar het studentensongfestival heeft gewonnen in Leiden en hij van dat liedje een plaat heeft gemaakt, staat hij al deze hele maand op nummer 1 in elke denkbare hitparade van Nederland. In ongelooflijke hoeveelheden verdwijnt dat nummer uit de bakken van de platenzaken. Je hoort het op elke zender. Meermalen per uur. Toegegeven: een mooi, pakkend nummer van een rasechte bard. Ook een beetje een benarde bard, naar nu blijkt.

Net dit collegejaar zijn we gestart met activerend onderwijs. Toentertijd een contradictio in terminis in de rechtenstudie, maar enfin, je moet toch ergens beginnen. Dat nieuwe, activerende ‘Studentgericht onderwijs’ [1] vergt van de studenten dat ze actief deelnemen aan de werkcolleges. Je moet je voorbereiden en ook wordt je afwezigheid geregistreerd. Lastig voor Guus die nu net met die hit veel op de baan zit met zijn Vaganten. Vaak tot die in de nacht (het is een N..weet je wel) Daarom heeft ie een brief aan het faculteitsbestuur geschreven.

Dat staat op dat moment onder leiding van onze collega Bolhuis, hoogleraar bestuursrecht. De decaan, ‘zeg maar Jan’.

Ik kom hem tegen als hij net de brief uit zijn postvak bij het secretariaat heeft gevist. ‘Moet je hier zien,’ moppert hij en wenkt me met zijn ogen. ‘Wat ze allemaal niet verzinnen.’ Deze wil vrijstelling omdat hij muziek maakt en daarom ‘s morgens zijn bed niet uit kan. Tsss.’ Hij laat me de brief zien, terwijl een paar andere docenten direct meespringen in Jan’s verontwaardiging.

‘Ik had er laatst een,’ probeert Hans P. zijn decaan te overtroeven. ‘Die maakte het helemaal bont. Die was verliefd geworden op vakantie (….)’

Onderaan de getypte brief zie ik om wie het gaat. ‘Hé Jan, dat is niet zomaar een muzikant. Dat is Guus Meeuwis….’

‘Guus Meeuwis?’ zeggen een paar anderen me na. ‘Laat eens zien…’

‘Wie is dat?’ wil Jan weten, ‘Wat is er met die man?’

het is een bnachd‘Ja, moet je luisteren Jan, die staat al drie weken op nummer 1’

‘Nummer 1 waarvan??’

Enfin, Jan krijgt op een gegeven moment – na wat obligaat tegenstribbelen – door dat we misschien toch even wat langer bij het geval van deze bijzondere student stil moeten staan. Het bericht dat de Katholieke Universiteit Brabant een succesvolle, toegegeven wat studentikoze, zanger het leven moeilijk maakt, willen we niet in de krant hebben. Maar wat te doen?

Zoals een stel juristen bij elkaar altijd doet, spellen we eerst de spelregels en kijken dan steeds benauwder als dreigt dat we daarop een uitzondering moeten maken. (‘De precedentwerking!’ Rollende ogen). Uiteindelijk vindt Dirk van de Bak de uitkomst. En of ik die uitkomst aan Meeuwis wil bestellen, want ik word – daar zijn ze het na een vergadering in het faculteitsbestuur over eens – de coach van GM.

‘Topsportregeling?!’ vraagt Guus Meeuwis. Hij kijkt me eerst verbluft en daarna een beetje spottend aan. Wordt hij nou in de maling genomen?

‘Nou ja je moet het niet  letterlijk nemen,’ probeer ik het hem te verkopen, ‘meer 1naar analogie. Die regeling geeft de mogelijkheid om je in bepaalde periode te concentreren op je – zeg maar – ‘sport’. Je hoeft dan niet naar de colleges te komen, voor een beperkte tijd althans. Je verstaat je een keer in de zoveel tijd met mij.

‘En kan ik dan ook mondelinge tentamens doen? Dat komt veel beter uit, want zo’n tijdelijke vrijstelling voor college lopen, helpt niet zo. Het is op het ogenblik zo druk…’

Ik knik op mijn gezagnemends nadrukkelijk ontkennend. ‘Dat zou natuurlijk niet fair zijn ten opzichte van de andere studenten.’

Een empathisch mens, die Meeuwis, want daar gaat hij onmiddellijk in mee.

‘Ja, weet u wat het is. Ik wil echt dolgraag die rechtenstudie halen, want dit ene succesje garandeert niet dat dat zo gaat blijven. Ik wil wel een gegarandeerde baan en een goed inkomen. Mediarecht, dat lijkt me wel wat.’

Nog voornamer dan zojuist knik ik beamend. Maar natuurlijk. Geen betere levensverzekering dan een afgeronde rechtenstudie. En mediarecht, dat hebben we hier op de plank.

Hij voelt het. Hij voelt dat ik met al mijn aplomb twijfel. ‘Kunnen jullie niet nog wat meer doen dat dit? Met mijn programma blijft het lastig.’

Tja, nou vooruit dan. Ik zeg toe, dat, als hij toezegt serieuze perioden voor studie in zijn schema in te bouwen, ik zal proberen docenten zo ver te krijgen dat ze hem een mondeling tentamen afnemen. Als hij – GM – tenminste aantoonbaar niet aan een schriftelijk deel kan nemen. Een mooi gebaar toch? Zeker. Misschien een beetje pompeus (besef ik later) maar afijn, je leert altijd weer bij. Het aardigst van de fouten van een ander, het best van je eigen fouten.

Opgelucht geeft hij me een hand. Hij heeft er werkelijk mee gezeten, Guus. Getobd over de toekomst. Maar nu is de lucht geklaard en zijn er ferme voornemens. We praten nog even gezellig. Blijkt dat een zus van een tante van mijn vrouw ook weer familie is van een zwager van zijn moederskant (Brabant is heerlijk klein). Hij belooft snel contact met me op te nemen. Dat was 15 september 1995 (of daaromtrent). We schrijven nu september 2012. Het bleef lang stil.

Zeg, Guus, voor het geval je nog contact opneemt. Ik ben verhuisd en zit op een andere plek. En het zit je, helaas, weer niet mee. Ook hier hebben we weer van dat strenge rechtenonderwijs met verplichte colleges. We moeten wel. Onder de vroegere  vrijblijvendheid sneuvelden te veel studenten (zie krantenartikel). Maar als je mondelinge tentamens wil, moet je het maar even laten weten. Dat kan tegenwoordig, geloof ik, nog steeds in dat soort gevallen.

grootsed

[1] Mijn tegenwerping dat die aanduiding pleonastisch was, werd niet begrepen; zo cynisch was de onderwijsgevende staf inmiddels geworden (of ze begrepen gewoon niet wat een pleonasme was. Dat kan natuurlijk ook).

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Persoonlijk and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s