Dat doe je toch niet!

imagesCAP09AV2Het is 27 maart 1999. Het is koud, het waait, er staat een kanon. We kijken kleumend vanachter dranghekken beurtelings naar elkaar en het lege startvak met de rode rubberen mat voor ons. Het kampioenen startvak, nu nog leeg. Pas een paar minuten voor de start komen ze. Frêle dribbelend op breinaaldendikke beentjes. Kleurrijk en vrolijk, de Oost-Afrikaanse lopers die ook dit jaar weer de CPC-loop gaan maken. Een enkele Europese loper zit er tussen. Ze zijn zo klein, iel en op het oog zo kwetsbaar dat je niet gelooft dat die lichtgewicht mannen en vrouwen twintig kilometer en wat kunnen jagen. Maar toch campionissimi, allemaal. Een maandje of zo zijn ze hier in Nederland. Om de andere dag een wedstrijd. En dan naar huis om van de loopverdiensten een heel dorp een paar jaar lang te onderhouden. Waar de Nederlandse en Belgische toppers met een chagrijnig gezicht in zichzelf gekeerd warmlopen, zijn zij ontspannen en vriendelijk, ook al hangt er voor hen veel meer van de wedstrijd af. Ze zijn met vijftien of zo en hooguit een of twee gaan met een prijs die er toe doet naar huis. Dan het signaal. Iedereen wordt aan de startstreep gezet. Twee rijtjes dun stellen de kampioenen zich op. Dan wordt het hek voor ons, wij van het tweede garnituur, opzij geschoven. Eerbiedig schuifelen we achter de rijen toppers die hun linkervinger boven het horloge op de rechterpols leggen. De vlagerige wind rukt aan de vlaggen en vanen. De spanning stijgt. Nog een enkele minuut.

Enter: René Froger. Hij heeft zijn bollend achterwerk en middel in een lichtblauwe legging gewurmd en draagt een T-shirt dat strak om zijn uitpuilende buik spant. Uitbundig zwaait hij naar het publiek en draait – dribbelend als een boxer – om zijn as. Alsof iedereen voor hem hier is gekomen. Hij wordt vergezeld door twee zware lijfwachten. Twee? Omdat hij zoveel lijf heeft om te bewaken? Ja dat zal het zijn. Kirrend van plezier nestelt Froger zich voor de toplopers die eerbiedig plaats maken voor dit meer dan honderd kilo zware sportmens. De bodyguards posteren zich naast Froger. Dan, na een korte stilte, buldert het kanon. Iedereen probeert weg te starten, ook Froger. Maar ja, hij start met een waggeltje van ca. 6 kilometer per uur weg; de rest om hem heen sprint een keer of vier vijf keer zo hard. Hij verspert de smalle doortocht. Nu komen de bodyguards er aan te pas. Die beginnen de wegsprintende Afrikaanse lopers aan de kant te duwen. Het lot van een dorp zowat in de hekken. En René die zwaait en zwaait al die tijd vrolijk om zich heen. Dat doe je toch niet…

frogerd

(Klik hier voor de Pdf-versie – met een nog veel mooiere foto)

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Geen categorie and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s