Een onbekende in het dorp

buismanmloosOm half elf was er koffie. Altijd. Bij wie je ook was, wat er ook gebeurde. Klompen uit, petten af. Dan viel het leven stil en iedereen sjokte – zonder kloppen en zonder mankeren – langs de staldeur of de achterdeur de bijkeuken binnen. Om te buurten.

Na het opschenken van een bakje te slap gezette koffie, op smaak gebracht met een paar schepjes Buisman (cichorei), werd de stand van de wereld doorgenomen. De eeuwige gesprekstopdrie was die van het weer, dan – daarmee verbonden – de toestand en de prijs van gewassen en het vee, en vervolgens – mijn favoriet – stand van zaken in de buurt. En ook bijna altijd wetmatig in die volgorde: weer, stand & prijs, mensennieuws. Er werd wel een enkele keer wat op dat thema gevarieerd, bijvoorbeeld als er weer eens iemand zich doodgereden had in een weekendnacht op de terugweg van Antwerpen, of een mooie meid ongetrouwd zwanger was geraakt. Dat soort dingen. Dan kon het een hoogst enkele keer gebeuren dat daar de bespreking van het weer voor moest wijken. Maar toch ook weer niet al te vaak. Ze hingen sterk aan rituelen in Klein-Zundert. Dat gaf houvast. Er was eigenlijk maar één gespreksonderwerp waarvoor echt alles aan de kant ging: een nieuwe. Iemand van buiten het dorp, of van buiten de streek die ineens opdook en waarvan dan koortsachtig de coördinaten moesten worden gewicheld.

Bijvoorbeeld als er werd ‘ingetrouwd’. Iemand uit Klein-Zundert – waar ze elkaar allemaal kenden – die een bruid of bruidegom uit een ander, meestal belendend dorp had gehaald. Eindeloos rolde zo’n naam over de tong en probeerden ze boven het plastic tafelkleed in klein-zundertosBrabants bontmotief elkaars netwerk door te ploegen in de hoop dat daar wellicht een connectie naar de aanstaande te vinden was. Het kruimelspoor terug naar het anker van een bekende of naar mogelijk nieuwe informatie werd met engelengeduld nagelopen. ‘Is het er misschien een van de die-e van d’n die-e?’ Als het moest, praatten ze door tot aan het eten – want om twaalf uur ‘s middags werd er warm gegeten.

Ik heb er lang over geprakkiseerd waarom ze over vreemden maar niet uitgepraat raakten. Ze opsprongen als Tante Léonie uit Proust’s Combray als er ook maar een nieuwe hond over het kerkplein liep. Het was iets anders dan roddelzucht, want meestal wisten ze van degene die het dorp zou gaan verrijken nog niks af. Roddelen deden ze over elkaar, over lui waar ze alles al van wisten, niet over vreemden. Nee vreemden werden met een mengeling van argwaan, opwinding maar ook vrees begroet. Dat waren bedreigingen voor de integriteit van de genenpool, mogelijke aanslagen op de schaarse natuurlijke hulpbronnen van het dorp. Daarbij kon je je geen fouten permitteren. Een nieuwe kon alles in de war schoppen, de lokale economie, de gemeenschapszin. Een vreemde kon, in een dorp waarin iedereen, iedereen nodig had, zo proefden ze bijna instinctief, het leven zelf in gevaar brengen.

imagesCAHN8CN4

Misschien dat daarom de komst van de familie Nebberich – Fedder zulke enorme schokgolven veroorzaakte. In het begin van de jaren zeventig kwamen die – uit het niets – wonen in een huisje aan een kleine kruipdoor-sluipdoorweg, de Helstraat. Niet meer dan een paar honderd meter van onze lagere school. Mensen uit het Noorden, maar geen ‘Rotterdammers’, zoals Jan van V. met een vies gezicht had gezegd. Knappe mensen. Zij – Maaike – leek op Willeke van Ammelrooy en hij – Fred – in de verte op Udo Jurgens. De Klein-Zundertse Brady Bunch, want Fred en Maaike waren allebei gescheiden en brachten ieder kinderen uit hun vorige huwelijk mee. Hij had er drie en zij twee.

We vergaapten ons aan deze marsbewoners. Modern, zwierig, anders. Het vuil schoot hoog op tussen de aardbeien dat voorjaar, want van hakken en wieden kwam het bijna niet meer. ‘Wie waren dat toch?’ En dan ook nog eens gescheiden. Dat dat zomaar kon. In het grote Zundert zelf schenen ook al wel mensen rond te lopen die niet meer bij elkaar waren. Maar op Klein-Zundert….en dan ook nog hertrouwd.

Net voor de zomer waren ze er, en aan de bijkeuken-koffie werd geredetwist over de vraag of ze misschien het huis alleen als vakantiehuisje hadden (dat zou het al weer een stuk draaglijker maken). Maar nee dat was niet het geval. Ze gingen er permanent wonen, wist de buurman-boomkweker te melden. En hoe dat dan was gegaan met die scheiding? Dat hield iedereen enorm bezig, maar ze konden er de vinger niet achter krijgen. Zij was wel een ongelooflijk mooie vrouw, dus daar zou het wel mee te maken gehad hebben. ‘Hoe zo?’ Ja dat gebeurde steeds meer hoor, ‘vremd’ gaan, zeker in de stad en zeker nu je daar niet meer direct zwanger van werd. De vrouwen aan tafel trokken vieze gezichten van afschuw. ‘Van een mooi tafel kan je niet eten.”

De meest wilde verhalen begonnen de ronde te doen. Hij – eigenaar van een scheepswerf (waar ze dat weer vandaan hadden?) – was al meerdere keren getrouwd. En zij was fotomodel geweest, en liep met warm weer bloot in haar tuin rond. En ‘s avonds laat werden er wilde feesten gegeven waarop ze schuine films draaiden en rauw vlees aten. (Dat laatste klopte gedeeltelijk bleek later. Ze hadden een barbecue gehouden).

Het waren de laatste zelfbeschermingsreflexen van de Klein-Zundertse dorpsgemeenschap die als kleine groep al honderden jaren met elkaar had geleefd en voor elkaar had gezorgd. De komst van de Nebberichs luidde het definitieve einde van die manier van leven in. Na de zomer kwamen de kinderen Nebberich Fedder bij ons op school. Arno was een hele aardige vent, en ook zijn broers en zussen. Via die kinderen leerden we Maaike en Fred beter kennen. Ook hele aardige lui, die zich midden in het dorpsleven stortten. Echte noorderlingen dat wel, met eigenaardige eet- en drinkgewoontes (salades, barbecues en Martini), en af en toe gewoon openlijk ruzie, maar wel hartelijk en gastvrij. Hij bleek maar een keer getrouwd te zijn geweest en ook geen werf te bezitten. Was MBO-leraar en leidde op in scheepstechniek. En zij was geen fotomodel, maar werkte in een drukkerij of uitgeverij of zoiets. Ze nestelden zich snel en zonder problemen tussen de dorpelingen en er werd ook al snel echt over ze geroddeld. Hét teken dat ze er voortaan bij hoorden.

KleinZundert-WillibrordusMaar ze waren de voorboden voor vele andere echte vreemden op het dorp. En die vreemden kochten oude boerderijen en later de kavels die de gemeente uitgaf rondom de kom van Klein-Zundert.

Als ik er door rijd, zo eens in de drie tot vier weken, valt me telkens zo op dat, ondanks alle nieuwbouw, er veel vertrouwde huizen en gebouwen staan. Ze hebben vrij veel laten staan en de dorpskern die ik veertig jaar geleden kende, is – op de beeldbepalende boerderij van de Bruin na – nog grotendeels intact. Ja, de stenen staan er nog bijna allemaal, maar het dorp zelf is allang weg.

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

4 Responses to Een onbekende in het dorp

  1. Anita says:

    Prachtig verhaal over Klein-Zundert. Mijn eerste stapjes op deze grote maar in herinnering kleine wereld gezet. Boodschappen doen bij de Végé (familie Mutsers) was voor mij als uitwonende studente een bizarre foltering onder leiding van “Wieske”.
    Groet Anita Zagers

  2. henk romme says:

    Mooi verhaal wim maar het klopt allemaal wel denk ik, alles goed met jou?grtjes henk romme

  3. Pingback: Wim Voermans – Stukjes

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s