De weg kwijt

Na de aankomst in het nieuwe land eerst een fase van vermijding, onvermijdelijk gevolgd door het nu wederzijds beleefde gevoel van Vervreemding en Verlies (i.e. van onderdelen van eigen identiteit). Dat is volgens Paul Scheffer de fase waarin de integratie van veel groepen nieuwkomers in Nederland zich bevindt. En die tweede fase gaat gepaard met conflict. Wie een beetje de Nederlandse geschiedenis van de afgelopen vijftig of honderd jaar bekijkt, zal dat kunnen beamen: integratie is geen uitlevering, geen assimilatiewasbeurt. ‘Integrator’ en ‘integrens’ veranderen er onomkeerbaar door, en dat gaat niet vanzelf. Dat is een wet die gold voor het Romeinse Rijk (dat bijvoorbeeld aantoonbaar vergriekste en later verchristelijkte -grieks en al), de Nederlandse Republiek, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, en nog steeds geldt voor elke gemeenschap die een wat grotere groep vreemdelingen in zijn midden sluit. Waar, heel waar en scherp gezien. Aan de andere kant: evident, bijna een open deur, maar goed dat het op deze manier nog eens naar voren wordt gebracht. Want de ongemakkelijke waarheid dat ook Nederland onvermijdelijk verandert in een groter (eigenlijk juist ‘kleiner’) wordende wereld door de komst van nieuwkomers, krijgt als zodanig weinig zendtijd. En wanneer dat wel gebeurt – dat praten over de veranderingen die we ondergaan – eindigt het vaak in hese schreeuwpartijen over ‘de Nederlandse identiteit’. Vlaggen, grondwetten, karaktereigenschapen (openheid, eerlijkheid, recht op de man af, doorzetters) komen er dan aan te pas. Hoe fraai dat zelfbeeld van het oorspronkelijke, mooie Nederland ook is, het echoot de paniek die iedere weldenkende Nederlander bij de vraag naar zijn of haar identiteit overvalt: ‘tja, eeuuh, mwaa: voetballers en hockeyers en de deltawerken (en sinds kort dan ook de Rabobank (HP/de Tijd 12 oktober 2007) – het moet niet gekker worden) en nog zo wat platitudes en generalisaties.

Om in die verlegenheid te voorzien hebben we nu die malle rage van de ‘canons’, met de grootste hits uit de vaderlandse geschiedenis, de belangrijkste Nederlander aller tijden (gewonnen door Pim Fortuyn maar liefst),  de belangrijkste boeken, de briljantste uitvindingen, noem het maar op. En er moet ook een ‘echte’ Nederlandse Grondwet komen met een ronkende preambule (WIJ de NEDERLANDERS….) (zie Barbara Oomen, “”Wij moeten nodig eens over onze Nederlandse Grondwet praten”, de Volkskrant 27 oktober 2007) en met allemaal écht Nederlandse dingen er in. Dingen waar we trots op zijn.

Want wie geen identiteit heeft, valt toch ten prooi aan anderen die dat wel hebben? Niet dan? Juist dit soort denken stoort me. Identiteit als excuus en exclusiemechanisme. Wij zijn zus, en u bent zo, dus pas u aan, of verdwijn. Dat is een slecht idee.

Maar er lijkt geen kruid tegen gewassen. Wie zich verzet tegen het identiteits-gejut gaat moeiteloos op de mestvaalt van ”het oude denken”, het niet durven benoemen. Bij de lui die niet zien dat nieuwkomers de samenleving die we zo koesteren, en de waarden waarvoor ze staat, onherkenbaar dreigen te maken, zo niet op het punt staan die omver te werpen. Als we daar tenminste niks tegenover stelle. Onzin. Onze identiteit zit ‘m juist al eeuwen in die dingen die je niet zo eenvoudig waarneemt, eigenschappen en waarden die niet direct met natiestaatgevoelens zijn verbonden.

Misschien verklaart dat ook de scherpte van het huidige identiteitsdebat, waar ineens bliksemschichten naar Maxima en de WRR uitschieten en het verklaart voor een deel ook de massale omhelzing van een beweging geleid door een afvallige mevrouw die inderdaad doet denken aan veel, heel veel pindakaas, erwtensoep en rookworst.

Want de analyse van de WRR en Maxima (”Nederland heeft niet één herkenbare identiteit”) drukt Nederlanders met de neus op feiten. Feiten waaraan ze op dit moment in de geschiedenis liever niet worden herinnerd. Namelijk dat de Nederlandse identiteit juist ook wordt bepaald door het vermogen grote groepen vreemdelingen in ons midden op te nemen, onze cultuur en waarden daarmee te delen en dusdoende er gezamelijk ons voordeel mee te doen. Zo hebben de Vlamingen, Sefaridische Portugezen, Hugenoten, Pilgrimfathers, Katholieken, Indonesiërs, Surinamers en anderen hun plek gevonden in Nederland, en, nee, we praten daardoor geen Frans of Portugees, het RK-geloof is ook geen staatsgeloof, en onze kinderen krijgen niet verplicht iedere dag Winti tijdens de godsdienstles. En dat gaat niet gebeuren ook. Want dat is Nederland, en dan ten voeten uit.

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Uncategorized and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s