Heeft de EU een identiteit?

1000004000047278Bewerking van column ‘Averechts’ in de Almanak JSV Grotius 2007

‘Liebeskummer?…Bloggen hilft!’

Dat is wat ik tegenkom op de banner van een website na een zoektocht op de thema’s ‘Europa’ en ‘songtekst’. Het is ook nog eens de website van de voormalige kapsalonband Europe, de bedenkers en uitvoerders van een van de meest tenenkrommende popsongs ooit: ‘Final Countdown’. Europa wordt inderdaad weinig bezongen. Een postzegel, een munt, wat vlagvertoon en soms een enkele poster, maar verder kom je in beeldende of podiumkunsten weinig Europa tegen. Dat is eigenlijk gek.

Nederland viert dit jaar de gouden bruiloft van de Europese Gemeenschap. In 1957 werd in Rome het EG-verdrag ondertekend, waarmee het startschot werd gegeven voor een succesvolle economische samenwerking in Europa. Die gemeenschap van zes staten groeide in die vijftig jaar uit tot een Unie van 27 lidstaten, met meer dan 450 miljoen inwoners. Niemand zal denk ik serieus het economische succes van die Unie betwisten. Die samenwerking is werkelijk een prestatie van wereldformaat. En toch heeft dit succes weinig echte vrienden: de gevoelstemperatuur van Europa, met name de Europese Unie, is laag, koudachtig, zeker in Nederland 2007. Van verschillende zijden is wel betoogd dat dat nou juist een van de redenen is waarom een ontwikkeling naar verdere samenwerking in Europa, bijvoorbeeld in een federatief verband, of onder de paraplu van een ‘waarden’-volle Grondwet, onmogelijk is. De Unie kent daarvoor te weinig ziel te weinig aansprekende met identiteit verbonden herkenbare waarden: het gevoel Europese Unie bestaat als het ware niet. Europeanen zijn té divers, té verschillend om werkelijk gedeelde waarden te hebben, wordt wel gezegd. Er wordt dan verwezen naar het voorbeeld van de Verenigde Staten van Amerika, waar de statelijk samenwerking wel onder de vlag gaat van een gedeelde Amerikaanse identiteit. Ook sociologisch onderzoek, zoals bijvoorbeeld de Atlas of European Values (Brill, 2004 en http://www.atlasofeuropeanvalues.com/), laat zien dat de waardepatronen van Europeanen meer verschillen vertonen dan overeenkomsten. Voer voor diegenen die menen dat de EU na vijftig jaar de uiterste grenzen heeft bereikt, en wellicht terug zou moeten keren op de schreden. Er zijn niet voor niks zo weinig songteksten met ‘Europa’ in de titel: het is een economische constructie die de harten en hoofden van de Europeanen niet bezighoudt of beroert. Het gelijk van de eurosceptici wordt weer eens bewezen. Toch een paar kleine klanttekeningen hier. Ten eerste is het misschien helemaal niet zo gek dat er nog geen solide en gevestigde gedeelde Europese identiteit bestaat. De Unie heeft er de laatste vijf jaar meer dan tien nieuwe leden bij gekregen. 18 Van de 27 leden zitten 25 jaar of minder bij de club (de helft van de looptijd van het hele avontuur). Identiteit moet zich zetten. Zelf ervaar ik dat Frankrijk in 1980 heel wat ‘buitenlandser’ voelde (en was) dan het nu doet (en is). Ten tweede: als je in sociologisch onderzoek op zoek gaat naar overeenkomsten in waarden, dan zul je waarschijnlijk groepswaarden tegenkomen (nationaliteit, religiositeit en culturele kenmerken). Dat is belangrijk, maar voor individuen zijn groepswaarden tegenwoordig veel minder dwingend dan ze pakweg veertig jaar geleden waren. De identiteit van een individu wordt lang niet meer altijd bepaald of verklaard door de waarden van de groep waartoe hij behoort. In ons soort postmoderne samenlevingen kun je tegelijkertijd hele verschillende soorten identiteiten en waarden omhangen: je kunt – letterlijk eclectisch – verschillende dingen tegelijkertijd zijn: popster, katholiek, SP-stemmer, homosexueel en directeur van een mediabedrijf. Allemaal mogelijk. En als je volgende week wat anders wilt zijn kan dat ook. Identiteit en waarden hangen in onze samenlevingen min of meer aan kapstokjes in het rek van H&M: hoe vervelend en verontrustend dat soms ook is. Waarden (al dan niet cultureel of religieus bepaald) maken dus niet meer vanzelf uit wie je bent. Een gedeelde Europese identiteit is dan ook niet meer – zoals vroeger wellicht – een voorwaarde om politiek nauw samen te kunnen werken.

Dat past ook in het beeld dat recent onderzoek van het Weense Instituut voor Demografie laat zien. Vooral jongeren onder vijftig jaar voelen zich naast nationale onderdaan, ‘ook’ Europeaan: een gevoel van dubbele identiteit, dubbele verbondenheid (http://www.demografische-forschung.org/archiv/defo0701.pdf).

Een laatste kanttekening: discussies over gedeelde waarden of gedeelde identiteit in Europa spiegelen zich altijd aan grote voorbeelden: de gedeelde waarden van Amerikanen, Fransen, e.d. Vraag is of Amerikanen wel naast patriottisme wel zoveel waarden delen. Er lopen scherpe tegenstellingen op het terrein van identiteit en waardepatronen door de Amerikaanse samenleving, en de Franse wat dat betreft. Geert Mak wijst er in zijn boek In Europa fijntjes op dat veel Europeanen op terreinen wellicht meer delen (geschiedenis, cultuur, godsdienst) en homogener is dan de Amerikaanse samenleving, als is er dan veel minder sprake van een duidelijke gedeelde ideologie. Ook in de VS en Frankrijk vormen gedeelde waarden en gedeelde identiteit niet zozeer de voorwaarde voor de politieke samenleving, als wel het gevolg ervan.

Wat betekent dat nu voor de toekomstige ontwikkeling van Europa? Wat mij betreft dat we niet krampachtig op zoek moeten naar een Europese identiteit gemodelleerd naar Amerikaans, Frans, Duits of Brits model. Symbolen in de Europese Grondwet, vlaggen wimpels en een Europees volkslied hebben iets gewilds en gaan zeker niet zelfstandig bijdragen aan de groei van een Europese identiteit. Zulke duwbewegingen werken letterlijk averechts. Misschien is het juist wel de triomf van de Unie dat we niet langer een natie en nationale identiteit (de grootste motor van oorlogen in de laatste twee eeuwen) nodig hebben om op bovenlokale schaal netjes met elkaar samen te werken. En misschien moeten we ook meer vertrouwen hebben in het zelfgroeiende vermogen van de Europese identiteit. Die groeit niet met verdragen, hofuitspraken of ander juridisch of politiek geweld, maar met het toenemend gevoel van herkenning. Dat we een andere economie (willen) onderhouden dan die van de VS, we andere waarden kennen dan Chinezen en Indiërs, we op een andere manier (buitenlandse) politiek bedrijven dan Rusland. Dat ook, maar juist ook het kleine gevoel van herkenning dat je hebt als je op een Grieks – niet al té toeristisch – eiland met euro’s die je uit de muur hebt gepind een pak Venz hagelslag koopt bij een Griekse buurtsuper waar net dat foeilelijke nummer Final Countdown speelt van….je raadt het al.

Advertisements

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Politiek and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s